Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er bestaat geen voldoende grond, om aan de vrouw den toegang tot de hoogescholen en tot de hoogere beroepen te weigeren; hier te lande bestond dan ook geene wettelijke bepaling, welke de universiteiten voor de vrouwen sloot. Dwang werkt trouwens hier, evenals bij vele andere beroepen en bedrijven, het tegendeel uit van wat ermede beoogd wordt; tegenstand kweekt verzet en doet de geweigerde zaak met te meer ijver en hartstocht begeeren. Dat de vrouw in het algemeen voor studie ongeschikt zou zijn, wordt meer en meer als een vooroordeel prijsgegeven; de vrouw is ook in dit opzicht anders, maar niet minder dan de man; ze is minder dialectisch aangelegd, maar overtreft den man in intuitief vermogen en noesten vlijt. Bovendien moet men zich van het aantal vrouwen, dat den weg der studie inslaat, geen overdreven voorstelling maken.

Van de mannen is het reeds een klein percentage, dat de hoogescholen bezoekt, en van de vrouwen is en blijft dit getal nog veel kleiner. In Duitschland bedroeg het aantal vrouwen, in hoogere beroepen werkzaam, als tooneelspeelster, zangeres, studente, leerares enz. in 1895: 176,648, en in 1907: 288,311. Zeer waarschijnlijk zal het aantal vrouwelijke studenten, als het nieuwtje eraf is, eer dalen dan stijgen. Want studie heeft voor de vrouw zeer groote bezwaren ; en in den laatsten tijd worden deze door velen, zoowel vrouwen als mannen, dieper dan vroeger gevoeld. Men behoeft de vrouw volstrekt niet voor minderwaardig, ook niet wat de intellectueele vermogens betreft, aan te zien, om toch te erkennen, dat zij lichamelijk zwakker zijn, zich enkele dagen in de maand beter in acht moeten nemen, en het zitten op de banken, het leven op eene kamer en het werken voor een examen niet zoo goed kunnen volhouden als de mannelijke studenten.

studenten 17 Sept. 1917. Helene Lange, Intellektuelle Grundlinien zwischen Mann und Weib. Berlin 1897. Cathrein, Die Frauenfrage, Freiburg Herder 1901 bl. 113 v. Handbuch der Frauenbewegung herausgeg. v. Helene Lange und Gertrud BauMER I 81 v. IV 372 v. Het derde deel handelt over Der Stand der Frauenbildung in den Kulturlandern. Ernst Bumm, Ueber das Frauenstudium, Berlin Hirschwald 1917.

Sluiten