Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren weten, of zij al dan niet huwen zal. Maar als zij in de gelegenheid gesteld wordt, om het huwelijk in te treden, zal zij in den regel de studie prijsgeven en het huiselijk leven verkiezen. Natuurlijk is die studie dan niet in elk opzicht voor haar onvruchtbaar geweest; maar de vraag rijst toch, of tijd, kracht en geld niet beter besteed hadden kunnen worden, als zij deze toekomst had kunnen voorzien. Het is deze onzekerheid, die voor menige vrouw het leven zoo pijnlijk en den arbeid, ook in de studie, zoo zwaar maakt.

En daarbij komt nog, dat, als de studie voltooid is, het dikwerf moeilijke beroepsleven wacht, dat aan teleurstellingen zoo rijk kan zijn. Laat de gestudeerde vrouw straks in de maatschappij optreden als leerares, als advocaat, als arts, enz.; de moeilijkheden breken dikwerf dan eerst recht aan, want enkele vrouwen, die boven andere uitmunten, weten zich eene goede en geëerde positie te verwerven, maar de meesten gaan een eenzaam leven tegemoet, dat zeker niet boven het huiselijk en familieleven, en ook niet boven den phil^nthropischen of socialen arbeid te verkiezen is. Weten zij bovendien ook zeker, dat zij in die hoogere beroepen boven de mannen verkoren zullen worden en in de practijk een behoorlijk bestaan zullen vinden ? Voor enkele vrouwen blijft er zeker in al die betrekkingen van leerares, professorin, advocate, arts, ingenieur enz. plaats; maar de maatschappij zal in den regel aan den man de voorkeur blijven geven en dus den stroom der vrouwen naar de universiteiten en hoogere beroepen vanzelf tegenhouden of afleiden.

Daarom is de groote toename der vrouwelijke studenten niet in elk opzicht een verblijdend verschijnsel, voor de wetenschap en de practijk niet, en allerminst voor de vrouwen zelve. Bij nuchtere beschouwing wordt het aantal studeerende vrouwen toch inderdaad veel te groot, en het dreigt in en na den oorlog nog toe te nemen. In 1908 waren er in Berlijn 400 vrouwelijke studenten, maar in het wintersemester 1916 17 bedroeg dat getal reeds 1276 (van de ongeveer 8000 studenten). Aan alle Duitsche universiteiten studeerden in 1908 1200, maar in het genoemde semester 5730 vrouwen. En

Sluiten