Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. DE VROUW EN DE STAAT.

Onder de vraagstukken, welke door de vrouwenbeweging aan de orde zijn gesteld, heeft dat van het politieke stemrecht der vrouw steeds het meest de aandacht getrokken. Voor een deel is dat te verklaren uit de overdreven verwachtingen, die daarop door de voorstanders zijn gebouwd; en voor een ander deel vindt het zijne oorzaak hierin, dat dit stemrecht eene bestrijding ondervond, die niet geevenredigd is aan zijne beteekenis. Het vrouwenkiesrecht is toch niet het een en al, zelfs niet het voornaamste onder de vraagstukken, die de positie der vrouw in de tegenwoordige maatschappij betreffen ; het is er maar een onderdeel van, in zekeren zin de, althans voorloopig, laatste consequentie, waartoe de vrouwenbeweging leiden moest. Zoolang de vrouw tevreden was met de bescheiden plaats, welke haar vroeger beschoren was, ergerde zij zich volstrekt niet aan het feit, dat zij in de regeering des lands weinig of niets te zeggen had; maar zoodra zij zich tengevolge van tal van veranderde omstandigheden als vrije en zelfstandige burgeres van den Staat gevoelen ging, moest zij wel den eisch gaan stellen, dat evenals in andere landen, het artikel van de Grondwet hier te lande, volgens hetwelk ieder Nederlander tot elke landsbediening benoembaar is, te haren opzichte niet eene doode letter bleef, maar gerealiseerd werd in de practijk.

De eisch van de politieke rechten der vrouw kwam vooral aan de orde tegen het einde der achttiende eeuw, als gevolgtrekking

Sluiten