Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het terrein der politiek. Dit staat toch wel vast, dat het in hooge mate ongerechtigd zou zijn, in den tegenwoordigen staat van zaken aan de vrouw het recht te willen betwisten, om door het zoeken van allerlei bediening en bedrijf haar sociale positie te sterken.

Men kan den toestand betreuren, die menige vrouw, gehuwd of ongehuwd, door nood of door eergevoel drijft, om een bedrijf of beroep uit te oefenen, maar feitelijk durft niemand dat afkeuren of tegenhouden. Integendeel, men laat de vrouwen toe in fabrieken en werkplaatsen, opent voor haar de kantoren en magazijnen, ontsluit haar den toegang tot alle scholen en stichtingen, houdt geen enkel bedrijf of beroep meer voor haar gesloten, maar trekt zelfs voordeel van haar diensten en exploiteert hare krachten. Doch als diezelfde vrouwen nu op grond van de maatschappelijke positie, die zij allengs hebben ingenomen, toegang tot de stembus vragen, dan verheffen de mannen ineens hunne stem en verklaren, dat de politiek hun speciale terrein is en voor de vrouw niet deugt, hetzij dan, omdat de politiek te laag of omdat zij te hoog voor haar is. Deze belangstelling in het lot der vrouw komt dan echter toch wel wat laat. Want het is zeker nog veel minder met de natuur der vrouw in overeenstemming, dat zij dag aan dag in verschillende bedrijven haar gezondheid en kracht ondermijnt, en in haar roeping als vrouw en als moeder te kort schiet. Als men de gansche maatschappij voor de vrouw openstelt, is het op den duur onmogelijk, het beperkte terrein der politiek voor haar gesloten te houden. Het kiesrecht der vrouw is eenvoudig een consequentie van de veroveringen, welke zij sedert ongeveer het midden der vorige eeuw op heel het terrein van het openbare leven heeft behaald.

Bovendien vergist men zich, als men meent, dat dit vrouwenkiesrecht iets volstrekt nieuws is, dat vroeger nooit heeft bestaan. Afgezien daarvan, dat in tijden, waarin van vrouwenrechten nog geen sprake viel, toch telkens om dynastieke belangen vorstinnen

') Dr. A. Kuyper, Antirev. Staatkunde, II, 361.

z4

Sluiten