Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het hoofd van den Staat hebben gestaan, en niet zelden met eere, en dat de constituties van de meeste Staten, bij ontstentenis van mannelijke nakomelingen, de kroon op de dochter laten overgaan '); in beperkten zin heeft er in verschillende landen steeds vrouwenkiesrecht bestaan. Naluurlijk hadden de vrouwen dit kiesrecht dan niet, omdat ze vrouwen waren; maar ook de mannen waren niet kiesbevoegd, omdat ze mannen waren; het kiesrecht voor gemeenteraden, polderbesturen, districts- of graafschapsraden, volksvergaderingen, staten of stenden enz. was toen altijd aan het bezit van bepaalde ambten, iitels of qualiteiten verbonden; het rustte op een socialen of economischen grondslag. Maar opmerkelijk is, dat, wanneer vrouwen in deze voorrechten deelden, zij toch niet, enkel en alleen omdat zij vrouwen waren, van de kiesbevoegdheid werden uitgesloten.2)

Thans is heel deze grondslag van het kiesrecht, ook voor de mannen, totaal veranderd; kenteekenen van welstand en geschiktheid gelden niet meer; een burger van den Staat ontvangt het kiesrecht, niet om zijne sociale of economische positie, doch alleen op grond van zijn burgerschap. Dit brengt zeker zijne nadeelen mede, maar het is toch ook een bewijs, dat de persoonlijkheid voor ons thans meer waarde heeft dan het bezit van stand of titel, van geld en goed. En er bestaat derhalve

') H. Brugmans, Plaats en taak der vrouw in de politiek, in: De Vrouw, de Vrouwenbeweging en het Vrouwenvraagstuk 1 608—617.

2) Dergelijk vrouwenstemrecht bestond vroeger in Engeland, Zweden, en andere landen, verg. Handbuch der Frauenbewegung I 226 v. 313. Mausbach, Die Stellung der Frau im Menschheitsleben bl. 71. Volgens Helen Blackburn in haar Record of Woman's Suffrage behoorde de Engelsche vrouw reeds in de Middeleeuwen tot de bevoorrechte vrouwen. De zorg voor de geërfde bezittingen, titels en waardigheden deed na den dood van den leenheer zijne verplichtingen bij gebrek aan mannelijke erfgenamen overgaan op de vrouw, die hem het naaste stond. De zelfstandige Peeres moest in tijd van oorlog den vorst steunen met geld en manschappen; zij liet zich vertegenwoordigen in den raad, kon vrijbrieven verleenen, en had in haar domeinen het recht van justitie. Nog meer invloed en aanzien bezaten de abdissen, die soms zelfs een macht vormden in den Staat. Geboorte en afkomst, niet het geslacht, bepaalden de opvolging, ook in de ambten, waaraan de grootste verantwoordelijkheid verbonden was.

Sluiten