Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor ons te minder reden, om aan de vrouw het kiesrecht te weigeren, als het op dezen grond aan den man wordt verleend; want persoonlijkheid is de vrouw evengoed als de man.

Er komt bij, dat de vrouwen in het passieve en actieve kiesrecht al veel meer hebben bereikt, dan velen zich voorstellen. Ik denk nu niet aan de Staten, waar ze reeds voor langer of korter tijd het politieke stemrecht verkregen 3), noch ook aan het passieve kiesrecht, dat de onlangs tot stand gekomen Grondwetsherziening hier te lande haar schonk; maar tal van betrekkingen, vroeger door de mannen waargenomen, staan thans reeds voor de vrouwen open. Om maar iets te noemen, vrouwen zijn benoembaar tot lid van de Commissie van Toezicht bij het lager, middelbaar en gymnasiaal onderwijs en van het Curatorium eener hoogeschool; zij kunnen deel uitmaken van besturen voor armenzorg en ziekenzorg, van gast- en weeshuizen, van gezondheidscommissies, van colleges van toezicht op den bouw van arbeiderswoningen, van voogdijraden, van commissies van toezicht volgens de Kinderwetten enz. De Kamers van koophandel en fabrieken beperken kiesbevoegdheid en verkiesbaarheid tot de mannelijke leden, maar de Kamers van arbeid breiden beide ook tot de vrouwen uit; en de wet op de waterschappen, het reglement op de visscherijraden voor de kustvisscherij, de Ongevallenwet, zwijgen ervan en sluiten daarom de vrouw niet uit.

Wel is waar maken de vrouwen nog weinig gebruik van deze haar reeds geschonken rechten en hebben zij in al deze colleges nog slechts in geringen getale of in het geheel geen zitting. Maar de wetgeving neemt toch ten opzichte der vrouwen een steeds ruimer standpunt in; zij beweegt zich onloochenbaar in eene steeds vrijere richting. En als de vrouwen straks tengevolge van het passieve kiesrecht hare intrede in de Gemeenteraden zullen doen, laat zich verwachten, dat haar aandeel bij de regeling van de openbare vermakelijkheden, van de bioscopen voor

3) Verg. boven bladz. 62, 63.

Sluiten