Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegejuicht, valt de vrouw er vanzelf onder. ]) Toen de Antirevolutionaire Kamerleden zich om practische redenen, ondanks de uitspraak aangaande het organisch kiesrecht in het Program, vóór het algemeen stemrecht verklaarden, namen zij in beginsel ook het vrouwenkiesrecht aan. Individu, burger van den Staat, zonder meer, is de vrouw evengoed als de man. Als op eenige uitzonderingen na alle mannen, afgezien van alle qualiteit, tot de stembus worden toegelaten, kan men zonder grove onbillijkheid aan de vrouwen het kiesrecht niet weigeren. Het is derhalve uitnemend te verstaan, dat vrouwen er eene beleediging in zien, dat baliekluivers, dronkaards, souteneurs, bordeelbezoekers enz. het stemrecht ontvangen en zij zeiven als minderwaardig van de stembus worden geweerd. Met welk recht wordt politieke invloed toegekend aan de stem van een concierge, een pedel, een koetsier, en aan de onderwijzeres, aan de leerares van een Gymnasium of Hoogere burgerschool, aan de directrice van eene of andere stichting, aan de hoogleerares eener universiteit, aan een vrouwelijke arts of advocaat, aan eene werkgeefster en bedrijfleidster, het oefenen van zulk een invloed ontzegd?

Op Antirevolutionair standpunt is zulk eene handelwijze nog te minder te verdedigen, wijl „het uitbrengen van zijn stem (door den kiezer) geen machtsoefening is, die immers alleen aan de Overheid toekomt, maar, naast de kwijting van plichten, doelt op een waken voor rechten cn een opkomen voor belangen, waarvan de handhaving hem, met anderen saam, is toevertrouwd" 2). Principieel genomen, is er tegen de toekenning van het passieve stemrecht aan de vrouw altijd nog meer bezwaar in te brengen, dan tegen die van het actief stemrecht. Toch lokte het laatste in den regel veel meer bedenkingen dan het eerste uit. De onbillijkheid, om in de tegenwoordige omstandigheden aan de vrouw allen invloed op de regeering des lands te onthouden, wordt aan Antirevolutionaire zijde dan ook terdege gevoeld. Op merkwaardige wijze komt dit

') De Eerepositie der Vrouw, Kampen, J. H. Kok, 1914, bl. 11.

2) Dr. Kuyper aan het slot van de boven aangehaalde Nota.

Sluiten