Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorging van armen, de verpleging van kranken, de opvoeding van weezen enz. De liefdadigheid bleef ook bij de Hervorming in eere. Niet alleen werd een zeer groot gedeelte der kerkelijke goederen voor de verzorging der armen besteed, maar wie rijk geworden was, placht niet zelden bij zijn leven of na zijn dood een deel van zijn vermogen te bestemmen voor liefdadige doeleinden. Het Bestuur van zulke instellingen, dikwijls onder toezicht der Overheid gesteld, berustte meestal bij de aanzienlijken, die er, mannen zoowel als vrouwen, gaarne hun tijd aan besteedden; regenten en regentessen hielden ervan, om zich in die qualiteit op het doek te laten vereeuwigen. En de talrijke instellingen en hofjes, in vroeger tijd in de steden en ook op de dorpen verrezen, herinneren nog heden ten dage aan den weldadigheidszin van onze vaderen.J)

Een nieuw arbeidsveld werd voor de vrouw geopend door het Methodisme en de Innere Mission. Het Methodisme voerde, vooral sedert de beweging in 1742 eene groote uitbreiding kreeg, de leekenprediking in (lay preachers, weer verdeeld in local en in travelling preachers), en maakte daarbij enkele malen ook van den dienst van vrouwen gebruik. Zoo reisde bijv. Grace Murray in 1749 met Wesley naar Ierland als zijne mede-arbeidster in den dienst van het Evangelie; en Lady Huttingdon (1707—1791) was zoo met Whitefield en zijn arbeid ingenomen, dat zij tal van kapellen liet bouwen en daarin predikers aanstelde naar haar hart.3) Veel breeder plaats werd voor de vrouw nog ingeruimd door het Leger des Heils, dat zijn oorsprong en bloei dankte aan William Booth en niet minder aan zijne gade Catharina Booth. Met de aanstelling van vrouwelijke soldaten en officieren in 1878 begon de Heilsarmee, naar haar eigen zeggen, haren grooten overwinningstocht door de wereld. Aan de verdediging van deze vrouwenprediking wijdde de Catechismus van het Heilsleger een bijzonder hoofdstuk, en Mevrouw

') P. L^-Muller, Onze gouden Eeuw. Leiden Sijthoff II 305. Busken Huet, Het Land van Rembrand. Haarlem 1901 II 3e stuk bl. 3.

2) Art. Methodismus in PRE3. XII 783, 765 v.

Sluiten