Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen de jongens, maar ook de meisjes het noodige onderricht konden ontvangen. De kerkenordeningen bevatten daarover tal van bepalingen en noemen als vakken gewoonlijk lezen, schrijven en onderwijs in den godsdienst (catechismus), maar soms ook wel Bijbelsche historiën, rekenen en handwerken. Het onderwijs werd gedurende enkele jaren gegeven, in den regel tot den twaalfjarigen leeftijd toe, en nam één of meer uren per dag in beslag. Localiteiten en leermiddelen lieten veel te wenschen over, en de bekwaamheid der onderwijzeressen schoot menigmaal tekort; maar men moet den tijd en de toestanden in aanmerking nemen, en men vergete niet, dat het onderwijs in het algemeen en speciaal ook het onderwijs der meisjes tot de 18e eeuw toe bij de Protestanten veel hooger stond dan bij de Roomschen, gelijk ook van deze zijde wordt erkend. Das Lesenlernen war für die Katholiken nicht von gleicher Bedeutung als für die Protestanten, und so blieb bis ins 18 Jahrhundert hinein der Volksunterricht in den weltlichen Fachern bei den Katholiken hinter dem der Protestanten zurück. ')

Bij het schoolonderwijs dacht men in de eerste plaats aan de mannelijke jeugd, maar toch werden de meisjes niet geheel vergeten. Hier te lande gingen ze al zeer vroeg naar de maitressenschool, later op 5 a 6-jarigen leeftijd naar de school van den meester. Ze werden onderwezen in de letters, in het spellen en lezen, in het schrijven en rekenen, vooral in den godsdienst (het Onze Vader, de 12 artikelen, de wet, eenige psalmen, Bijbelsche Historiën), en ook wel in het naaien, breien, stikken en andere handwerken. Niet zelden werd het onderwijs in deze vrouwelijke werkzaamheden door de vrouw van den meester verstrekt. Voor de meisjes uit de volkskringen was daarmede het onderwijs afgeloopen; de verdere opvoeding had in het huisgezin plaats en richtte zich vooral op de huishouding.

Maar toen in de 17e eeuw rijkdom en weelde toenamen, kon men

') Aldus M. Schmitz, art. Madchenschulen in Roloff's Lex. der Padag. III547.

Sluiten