Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rigen toestand, waarin kerk en staat toenmaals verkeerden, en gaf er tevens de beschrijving in van een Christelijken Staat, waarin opvoeding en tucht verbetering hadden aangebracht; zijn in 1649 uitgegeven werk Theophilus, seu de christiana religione sanctius colenda, vita temperantius instituenda et literatura rationabilius docenda consilium cum paraenesi ad ecclesiae ministos, handelt in het derde gesprek breedvoerig over de methode en de stof van het onderwijs der jeugd. Comenius 1592—1670 stelde in zijn Didactica tnagna denzelfden eisch als Ratichius, dat alle kinderen, arm en rijk, jongens en meisjes, de scholen moesten bezoeken en voegde daaraan nog toe, dat de meisjes niet alleen in de elementaire vakken onderwezen, maar ook tot de wetenschappelijke studiën moesten toegelaten worden; terwijl Andreae echter voor de meisjes onderwijzeressen wenschte, keurde Comenius dit op grond van 1 Tim. 2 : 12 af.

Ernest de Vrome, hertog van Gotha en Altenburg 1601—1675 nam de hervorming van kerk en school in zijn gebied practisch ter hand, verhief economisch en moreel den onderwijzerstand, en stelde eene schoolorde vast, waarbij jongens en meisjes, in dorpen en steden, gedurende zeven jaren tot schoolbezoek verplicht werden. Bij dezen hervormingsarbeid ondervond de Hertog veel hulp en steun bij zijn Hofraad, Ludwig van Seckendorf 1626—1692, die in 1656, onder den titel Duitsche vorstenstaat een soort handboek van het Duitsche Staatsrecht in het licht gaf en daarop later een omvangrijk werk over den Christenstaat volgen liet; hierin handelde de schrijver ook opzettelijk over eene betere opvoeding van het vrouwelijk geslacht en over die Jungfrauschulen, welke bij de Reformatie wel voorgenomen, maar niet tot stand gekomen waren. Seckendorf ontwierp voor Hertog Ernst ook het plan van eene stichting voor onverzorgde adellijke vrouwen en van een daaraan te verbinden meisjespensionaat. Dit plan kwam niet tot uitvoering, maar het is niet onwaarschijnlijk, dat Seckendorf, die in de laatste jaren van zijn leven in Halle woonde en met Francke bevriend was, op

De Vrouw 11

Sluiten