Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen invloed geoefend heeft bij zijne stichting van de eerste hoogere meisjesschool in Duitschland, het z.g.n. gynaeceum, in 1698, dat overigens de school van Mad. de Maintenon te St. Cyr tot voorbeeld nam, doch slechts korten tijd bestond.

Het Pietisme liet zich trouwens aan de volksopvoedtng veel gelegen liggen en maakte zich ook met name voor de opvoeding der meisjes verdienstelijk. In Berlijn zorgde Spener voor de oprichting van parochiale scholen voor jongens en meisjes, en Francke volgde in Halle zijn voorbeeld. Verschillende Staten in Duitschland werden door al deze pogingen aangespoord, om ook zeiven met meer ernst de belangen van het schoolonderwijs ter harte te nemen; in de 18e eeuw werden vele schoolorden ontworpen, scholen gebouwd, schoolplicht ingevoerd en seminaria opgericht. Het Rationalisme, dat alle menschen wilde opvoeden tot redelijke wezens, steunde deze beweging; de 18e eeuw produceerde eene menigte boeken en tijdschriften, die het opnamen voor de hervorming van het onderwijs en met name ook voor de verbetering van de opvoeding der vrouw, hetzij deze meer in intellectueele, of in aesthetische richting werd gezocht. Aan het einde der eeuw trad dan in Pestalozzi 1746—1827 de man op, wiens denkbeelden over de waarde van den mensch, ook den armste en geringste, over de volksschool, over de opvoeding tot mensch, tot burger van den staat en tot lid der maatschappij allerwege doordrongen en in de 19e eeuw allengs in alle beschaafde landen werden gerealiseerd.')

Al deze nieuwere denkbeelden vonden in de 18e eeuw ook hier te lande ingang. Locke's gedachten over de opvoeding werden reeds in 1697 in het Nederlandsch vertaald. De Hollandsche Spectator, dien Justus van Fffen van 1731 tot 1735 verschijnen liet,

') Handbuch der Frauenbewegung III 1 v. De pogingen tot verbetering der meisjesopvoeding vonden niet bij allen instemming. Moscherosch was bijv. van meening, dat in de hand eener vrouw slechts twee dingen behoorden: een gebedenboek en een spinnewiel. En ook Justus Moser, Bengel, Flattich, ib. bl. 41, 44, 5058, waren evenmin als Rousseau en Kant, ib. bl. 55, 58 van eene geleerde opvoeding der vrouw gediend.

Sluiten