Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de ontwikkeling van het volk steeds hooger eischen stellen.

Ofschoon de lagere school zich in hare eerste klassen bij de bewaarschool behoort aan te sluiten, is zij toch in wezen van deze onderscheiden en niet als eene soort voortgezette bewaarschool te beschouwen. Zij is en moet leerschool blijven en mag niet eenzijdig in eene werkschool worden omgezet; zij moet aan alle kinderen des volks die elementaire vaardigheden en kundigheden verschaffen, welke thans voor alle burgers noodig zijn en den grondslag vormen voor alle volgende ontwikkeling. Het onderwijs is daarom op deze school voor jongens en meisjes gelijk; en toch doet het verschil in geslacht en bestemming ook hier reeds zijn invloed gelden in het vak handwerken, dat alleen voor meisjes is bestemd.

Mej. I. Kooistra gaf in 1904 aan de subcommissie, aangewezen door de Staatscommissie tot reorganisatie van het lager onderwijs, op verschillende gronden het advies, om de nuttige handwerken als verplicht leervak voor de meisjes op de lagere school te schrappen ;') maar de subcommissie, steunende op andere adviezen 3), ried de Staatscommissie aan, om dit vak, om zijne groote practische beteekenis, niet uit het leerplan der lagere school te verwijderen.3) De Staatscommissie sloot zich daarbij aan, maar sprak tevens den rechtmatigen wensch uit, dat het onderwijs in dit vak gegeven werd door eene onderwijzeres, die aan dezelfde kinderen ook gewoon lager onderwijs in de andere vakken geeft, of althans door eene onderwijzeres, die in het bezit is der akte voor nuttige handwerken en die getoond heeft dat zij paedagogisch met de kinderen weet om te gaan; en voorts nog, dat dit onderwijs, zooveel doenlijk, binnen de gewone schooluren gegeven worde, en plaatselijke omstandigheden in acht neme. *)

De grootste moeilijkheden in de opvoeding der meisjes komen op

') Rapport van de Staatscommissie voor de Reorganisatie van het Onderwijs II 141—149.

2) N.l. van Mejonkvrouw J. de Bosch Kemper, Mevrouw J. Schelts van Kloosterhuis, Mej. P. M. Heringa en Mej. J. A. Nater, ib. II 132—140.

3) Rapport II 149.

*) Rapport I 76, 77.

Sluiten