Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om 's avonds nog eenigen arbeid in huis te verrichten; ze meenen dan recht op vrijheid te hebben en slenteren de straat op. Het werk, dat ze overdag hebben te doen, is dikwerf ook eentonig en vervelend, zoodat het begeerd wordt niet om zichzelf en de vreugde, die het verschaft, maar om het loon, dat het afwerpt, en om de vrije uren en avonden, die er daarna overblijven. In die vrije uren staan zij veel meer nog, dan in de betrekking waarin zij menigmaal werkzaam zijn, aan allerlei verleiding bloot en worden zij, inzonderheid in de groote steden, van allen kant door tal van gevaren omringd. En dat juist in de critische periode van het leven, waarin zij meer dan anders nog voorlichting en leiding van noode hebben, en deze toch feitelijk het minst ontvangen ! Is het wonder, dat in deze jaren vele meisjes tot schande vervallen en zedelijk te gronde gaan ?

Opvoeding der meisjes is op dezen leeftijd dus dringend noodzakelijk, even noodzakelijk als van de jongens. ') En wel allereerst eene opvoeding in godsdienstig-zedelijken zin. Eigenlijk ligt dit reeds in het begrip van opvoeding opgesloten, want opvoeding is geene opvoeding, in elk geval geene voldoende en volledige opvoeding, die niet een godsdienstig-zedelijk karakter draagt. Alle groote paedagogen waren daarvan overtuigd; Pestalozzi en Fröbel waren heelemaal niet rechtzinnig, maar zij dachten er niet aan, om den „religieuzen zin" in het kind onontwikkeld te laten en met het Christendom in de opvoeding geene rekening te houden, want het Christendom is, zooals eerstgenoemde zegt, de zuiverste en edelste' leer van de verheffing des geestes over het vleesch, het groote geheim en het eenig mogelijke middel, om onze natuur, door ontwikkeling van de edelste gevoelens der liefde, tot heerschappij der rede over de zinnen te brengen. De rationalistische opvatting van het Christendom moge in deze motiveering hierbij onbevredigend zijn, maar ze is toch nog heel wat beter dan de oppervlakkige leer

') Verg. daarover breedvoeriger mijne Opvoeding der rijpere jeugd bl. 78 v.

Sluiten