Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mann, op goede gronden de stelling verdedigd is, dat jnist verworven eigenschappen niet overerven, zoodat hierover en over de herediteit in het algemeen het grootste verschil van gevoelen heerscht l). Geheel in tegenspraak met Darwins theorie zijn de morphologische eigenschappen het minst en de physiologische het meest variabel. Indien de morphologische veranderingen ook zoo langzaam voortgingen en telkens zoo gering van beteekenis waren, konden zij in den struggle for life ook niets baten; ze waren in den tijd van overgang eer een gebrek dan eene volkomenheid. Zoolang het ademen door kieuwen overging in het ademen door longen, was het eer een beletsel dan een voordeel in den strijd om het bestaan. Om al deze redenen deed de natuurkundige, wiens wetenschap op feiten steunen moet, beter, in deze van een oordeel zich te onthouden. Het materialisme en het darwinisme zijn beide historisch en logisch geen resultaat der experimenteele wetenschap maar der philosophie. Trouwens, Darwin zegt zelf, dat vele der beschouwingen, die hij voordroeg in hooge mate bespiegelend zijn 2). Hij heeft volgens Haeckel geen nieuwe feiten ontdekt, maar ze wel op eigenaardige wijze gecombineerd en geutiliseerd 3). De groote verwantschap van mensch en dier is altijd erkend en in het animal rationale uitgedrukt *). Maar daarmede verbond men in vroeger tijd de monistische philosophie nog niet, dat eene zuivere potentie, die niets is, zooals atomen, chaos, cellen enz., toch alles worden kan.

Ten derde is bij het Darwinisme het ontstaan van den mensch een onoplosbaar probleem. Positieve bewijzen voor 's menschen dierlijke afstamming zijn er eigenlijk niet. De ontogenie van Hackel kan na de weerlegging van Bischoif en anderen niet meer als bewijs gelden 6). De argumenten, die men ontleende aan allerlei in holen gevonden menschenbeenderen en menschenschedels, het laatst in Ned. Indië, zijn beurtelings het een na het ander weer prijsgegeven l!).

') Oskar Hertwig, Priiformation oder Epigenese. Jena 1894. A. Kuyper, Evolutie 1899.

2) Darwin, Afst. des menschen II 365.

3) Haeckel, Nat. Schüpf. 1874 bl. 25.

*) Wasmann, Instinkt und Intelligenz im Tierreich® 1905. Wundt, Vorlesungen über die Menschen- und Tierseele* 1906.

') Verg. vooral ook Oskar Hertwig, Das biogenetische Grundgesetz nach dem heutigen Stande der Biologie, Internat. Wochenschrift 1907 n. 2. 3.

6) Hubrecht, Gids Juni 1896. Evenals Virchow vroeger reeds, betoogde Dr. Bumiller van Augsburg op het anthropologencongres Sept. 1899 te Lindau, dat

Sluiten