Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijken imperatief, aan het „Sollen" van het goede, aan geweten, verantwoordelijkheid, schuldbewustzijn, berouw, wroeging, straf geen recht wedervaren. Ja, ofschoon het Darwinisme op zichzelf nog niet met het materialisme identisch is, toch beweegt het zich in die lijn, vindt het daar zijn voornaamsten steun, maar bereidt alzoo ook de verkeering van religie en zedelijkheid voor en doodt het menschelijke in den mensch. Het doet er niets toe, of men al zegt, dat het beter is, een hoog ontwikkeld dier dan een gevallen mensch te zijn; de leer van de dierlijke afstamming van den mensch tast in den mensch het beeld Gods aan en verlaagt hem tot het beeld van orang-oetan en chimpanse. En dat beeld Gods is op het standpunt der evolutie niet te handhaven. Het dwingt ons terug te gaan tot de creatie, gelijk de Schrift ze ons leert.

281. In verband met deze leer over den oorsprong des menschen komt de evolutie ook met de Schrift in strijd ten aanzien van den ouderdom, de eenheid en de oorspronkelijke woonplaats van den mensch. Een hooge ouderdom werd aan het menschelijk geslacht toegeschreven door vele volken, zooals de Japanneezen, de Indiërs, de Babyloniërs, de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen, die van verschillende wereldtijden en van 10 en 100 duizenden jaren spraken. De nieuwere anthropologie is meermalen tot deze fabelachtige getallen teruggekeerd, maar blijft zich evenmin als de heidensche mythologie gelijk; ze variëert tusschen tien en vijfhonderdduizend jaren en meer 1). In het algemeen bestaat er in de laatste jaren eene neiging, om bij de berekening van den ouderdom der aarde en der menschheid meer matigheid te betrachten. Darwin eischte natuurlijk voor het ontstaan van soorten door allerkleinste veranderingen een onnoemlijk aantal jaren; want als de ontwikkeling nooit sneller was toegegaan dan heden het geval is, dan wordt voor het ontstaan van het leven en van ieder type van organismen een buitengewoon lange tijd vereischt. Als men naar deze evolutietheorie berekenen ging, hoeveel tijd er noodig was geweest, om het oog uit eene kleine pigmentvlek en de hersenen der zoogdieren uit een aanvankelijken zenuwknoop te doen ontstaan, kwam men vanzelf tot onnoemlijk lange tijden,

') A. R. Wallace, bijv. spreekt van een half millioen jaren, bij Orr, God* Image in Man 166.

Sluiten