Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen belangrijk verschil tusschen Schrift en wetenschap. Maar zelfs indien naar de gewone berekening de zondvloed plaats had in 2348 v. Chr., was er tot de roeping van Abraham in 1900 een tijdperk van 450 jaren, dat voldoende is, om aan Eufraat en Nijl vrij machtige rijken te doen opkomen. Noach en zijne drie zonen konden, elk huwelijk gerekend op zes kinderen, in veertien generaties van 33 jaren, dat is in 462 jaren, meer dan twaalf millioen afstammelingen hebben 1).

282. De eenheid van het menschelijk geslacht staat voor de H. Schrift vast, Gen. 1 : 26, 6:3, 7 : 21, 10 : 32, Mt. 19 : 4, Hd. 17 : 26, Rom. 5 : 12v., 1 Cor. 15 : 21v. 45v., maar is door de volken, welke buiten de openbaring leefden, schier nooit erkend. De Grieken hielden zichzelven voor autochthonen en zagen uit de hoogte op de barbaren neer. En deze tegenstelling wordt haast bij alle volken gevonden. Zelfs werd in Indië allengs eene scherpe scheiding tusschen de vier klassen des volks gemaakt, en voor elk een eigen oorsprong aangenomen. Eerst de Stoa sprak uit, dat alle menschen één avaxr^u nohnxov, één lichaam vormden, waarvan elk een lid was, en predikte daarom ook algemeene gerechtigheid en menschenliefde2). Na de renaissance kwam hier en daar het denkbeeld weer op van een verschillenden oorsprong van het menschelijk geslacht. Dit denkbeeld trad nu eens op in den vorm van eigenlijk polygenisme bij Caesalpinus, bij Blount en andere deïsten; deels als coadamitisme, d. i. afstamming der verschillende

die van de Grieksche vertaling. De geslachtsregisters in Gen. 5 en 10 springen misschien geslachten over, en stellen wel de lijn maar niet den duur der geslachten vast. Zoo bijv. Prof. W. H. Green en G. F. Wright, Wet. Bijdr. 37. John Urquhart, How old is man? Sone misunderstood chapters in Scripture •chronology. Londen N isbel 1904, is dezelfde meening toegedaan en berekent den tijd van Adam tot Christus op 8167 jaren. Verg. ook Nik. Howard, Neue Berechnungen über die Chronologie des Alt. Test. und ihr \ erhaltnis zu der Altertumskunde, mit Vorwort v. E. Rupprecht. Bonn 1904. Totheringhatti, 1 he C hronology of the Old Test. Cambridge 1906. A. Bosse, Untersuchungen zom chronol. Schema des A. T. Cothen 1906. Art. Bibl. Chronologie in Herders Kirchenlexicon. Heinrich, Dogin. VI '272. Verg. boven bl. 520. 541.

') Verg. verder nog over den ouderdom van het menschelijk geslacht: Zöckler, Gesch. d. Bez. II 755 v. Id., Lehre v. Urstand 87 v. Id., art. Mensch in PRE3 XII 624. Sclianz, Apol. d. Christ. I 333 v. Hettinger, Apol. III 281—310. Vigouroux, Les livres saints III 452 v. B. Platz, Der Mensch usw. Wiirzburg 1900 bl. 385 v.

2) Zeiler, Philos. der Gr. IV 287 v.

Sluiten