Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker praeadamitisme geleerd door Oken, Carus, Baumgartner, PertvT Bunsen 1). Daarbij kwam nu na 1860 bet Darwinisme, dat vanwege zijne leer der variabiliteit zeer goed monogenistisch kon zijn, maar toch bij vele zijner aanhangers polygenistisch werd. De ontwikkeling van dier tot mensch heeft op verschillende tijden en plaatsen plaats gehad en aan verschillende rassen het aanzijn gegeven, volgens Hackel, Schaaffhausen, Caspari, Vogt, Büchner enz. 2). Op Darwinistisch standpunt is echter de vraag naar het ontstaan en den ouderdom van den mensch niet te beantwoorden; de overgang van dier tot mensch heeft zoo langzaam plaats gehad, dat er eigenlijk geen eerste mensch is geweest. Tegenover dit polygenisme is het monogenisme nog verdedigd door von Humboldt, Blumenbach, St. Hilaire, v. Baer, v. Meyer, AVagner, Quatrefages, Darwin, Peschel, Ranke; ook Virchow achtte het niet onmogelijk 3).

Nu is het bestaan van volken en rassen in de menschheid zeer zeker een belangrijk probleem, waarvan de oplossing nog lang niet is gevonden. Het verschil in kleur, haar, schedel, taal, voorstellingen, godsdienst, zeden, gewoonten enz. is zóó groot, en de verbreiding der ééne menschheid over de gansche aarde b.v. naar de Zuidzee-eilanden, naar Amerika enz. is zóó onbekend, dat de gedachte aan een verschillenden oorsprong der volken haast niet verwonderen kan. De Schrift leidt in Genesis 11 het ontstaan der talen en der volken dan ook af uit eene daad Gods, waardoor Hij ingreep in de ontwikkeling der menschheid 4). Het ontstaan der volken heeft eene diepe, religieus-ethische beteekenis en getuigt van geestelijk verval. Hoe wilder en ruwer de menschheid wordt, hoe meer de talen, de voorstellingen enz. uiteengaan. Naarmate men meer afgesloten leeft, neemt het taalverschil toe. Spraakverwarring is gevolg van verwarring in de gedachten, in het bewustzijn, in het leven. En toch is in die gedeeldheid en

') Verg. ook Bilclerdijk, Opstellen v. godg. en zedek. inhoud II 75. Strausz, Dogm. I 680. Cf. Schwalbe, Die Vorgeschichte des Menschen. Braunschweig 1904.

2) Verg. Ludwig Gumplovicz, Grundriss der Sociologie3 Wien 1905, die het polygenisme sterk drijft en aan de sociologie ten grondslag legt, bl. 138 v.

3) Verg. bijv. Darwin zelf, Afst. d. menschen, lioofdst. 7, en voorts Hettinger, Apol. III 224.

4) Schelling, Werke 11 1 bl. 94—118. Lüken, Die Traditionen des Menschengeschlechts 278 v. Auberlen, De goddelijke openbaring I. Kaulen, Die Sprachenverwirrung zu Babel. Mainz 1861. Strodl, Die Entstehung der Völker. Schaffhausen 1868.

Sluiten