Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding, de schedelvorm, het gemiddeld gewicht der hersens, getal en lengte der tanden, de duur der zwangerschap, het gemiddeld aantal polsslagen, de innerlijke bouw van het organisme, van hand, voet enz., de gemiddelde leeftijd, de temperatuur van het lichaam, de periodiciteit der katameniën, de vatbaarheid voor ziekten enz.; en dat zij eindelijk in intellectueel, religieus, moreel, sociaal, politiek opzicht allerlei dingen gemeen hebben, taal, verstand, rede, herinnering, kennis Gods, geweten, zondebewustzijn, berouw, offers, vasten, gebed, tradities over eene gouden eeuw, over den zondvloed enz. De eenheid van het menschelijk geslacht, door de Schrift geleerd, wordt door dit alles ten sterkste bevestigd. Zij is ten slotte geene onverschillige zaak, gelijk soms is beweerd, maar is integendeel van het hoogste belang; zij is de onderstelling van religie en moraal. De solidariteit van het menschelijk geslacht, de erfzonde, de verzoening in Christus, de universaliteit van het rijk Gods, de catholiciteit der kerk, de naastenliefde zijn daarop gebouwd 1).

283. Eindelijk is er ook verschil over de oorspronkelijke woonplaats van den mensch. Genesis verhaalt, dat God, nadat Hij Adam geschapen had, een hof plantte in Eden. Eden, ■ vreugde, vreugde-land, is dus niet hetzelfde als het paradijs, maar is een landstreek, waarin de hof of tuin, LXX nctQaóftaog, volgens Spiegel van het zendsche paridaêze = omtuining, geplant werd. Dit paradijs heet dan verder hof van Eden, Gen. 2 :15, 3: 23, hof Gods, Ez. 31 : 8, 9, hof van Jhvh, Jes. 51 : 3, en wordt soms met Eden vereenzelvigd, Jes. 51 : 3, Ezech. 28 : 13, 31 : 9. Verder plantte God dien hof in Eden van het oosten af,

oostwaarts, tegen het oosten, nl. van het standpunt des schrijvers uit. Van de landstreek Eden ging een stroom uit, om den hof te

■) Verg. voorts over de eenheid van het menschelijk geslacht: Zöckler, 1'ie einheitl. Abstammung des Menschengeschlechts, Jahrb. f. d. Theol. 18b3 bl. 51—90. Id., Gesch. der Bez. II 768 v. Id., Lehre vom Urstand 231 v. ld-, m PRE3 XII 621. Rauch, Die Einheit des Menschengeschlechts. Augsburg 1873. Th. Waitz, Ueber die Einheit des Menschengeschlechts und den Xaturzustand des Menschen, Leipzig 1859. H. TJlrici, Gott und der Mensch, I 2 bl. 140 v. Lotze, Mikrokosmos II3 bl. 101 v. Peschel, Völkerkunde bl. 14 v. Reusch, Bibel und Natur bl. 459 v. Selianz, Apol. des Christ I 318—333. Vigouroux, Les livres saints IV 1—120. Delitzsch, Neuer Comm. zu Genesis bl. 199. Hettinger, Apol. des Christ. I7 bl. 223—280. Ebrard, Apol. I 262 v.

Sluiten