Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen Erzerum en Tiflis. Ze maakte nog meer opgang dan dePasitigris-hypothese en werd in den tegenwoordigen tijd nog verdedigd door von Raumer, Kurtz, Baumgarten, Keil. Lange, Delitzsch, Rougemont enz. Daarentegen zocht Friedrich Delitzsch in zijn werk: Wo lag das Paradies, Leipzig 1881 de ligging van het paradijs weer zuidelijker, n.1. in het landschap bij Babylon, dat om zijneschoonheid door de Babyloniërs en Assyriërs „tuin van den God Dunias" werd genoemd; de stroom uit Eden was dus de Eufraat in zijn bovenloop, Pison en Q-ihon waren twee kanaalrivieren. Anderen echter zijn veel verder gegaan en zien in het parad ijs verhaal eene sage, die allengs van het oosten naar het westen is gewandeld, en waarin Pison en Gihon oorspronkelijk den Indus en den Üxus aanduiden, J. D. Michaelis, Knobel, Bunsen, Ewald enz. Anderen zien er een mythe in, waarin Havila het goudland der sage voorstelt en de Grihon de Ganges of de Nijl is, Paulus, Eichhorn, Gesenius, Tuch, Bertheau, Schrader e. a. 1). De meeste anthropologen en linguisten rekenen in het geheel niet meer met Gen. '1 en noemen gansch andere landen als oorspronkelijke woonplaats van den mensch. Maar ze zijn ver van eenstemmig en hebben ongeveer aan alle landen deze eer toegekend. Romanes, Klaproth, de Gobineau, George Browne noemden Amerika, Spiller dacht aan Groenland, omdat de poolstreken na de afkoeling der aarde het eerst bewoonbaar waren. Wagner hield Europa voor het land, waar de aap het eerst tot mensch zich ontwikkeld had. Unger noemde bebepaald Stiermarken, L. Geiger Duitschland, Cuno en Spiegel Zuid-Rusland, Poesche de streek tusschen Dniepr en Njemen, Benfey en Whitney Midden-Europa, Warren de Noordpool. Anderen als Darwin, Huxley, Peschel e. a. gaven de voorkeur aan Afrika, omdat daar in gorilla en chimpanse de naaste verwanten van den mensch werden aangetroffen. En Link, Hackel, Hellwald, Schmidt vonden een zeker land Lemuria uit, waar de apen het eerst menschen werden en dat gelegen had tusschen Afrika en Australië,, maar toevallig aan het einde der tertiaire periode in de diepte der zee was verdwenen. Velen nemen daarbij ook niet slechts ééne oorspronkelijke woonplaats van den mensch aan, maar zijn van meening, dat de evolutie van dier tot mensch in verschillende deelen der aarde heeft plaats gehad, en vereenigen alzoo het

') Verg. ook H. Zimmern, Bibl. und parad. Urgeschicbte. Leipzig 1901. Gunkelr Schüpfung und Chaos 1895 en comm. op Genesis.

Sluiten