Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Darwinisme met het polygenisme; zoo bijv. Haeckel, Vogt, Schaaffhausen, Caspari, Fr. Muller enz. Reeds dit groote verschil tusschen de anthropologen toont, dat de wetenschap tot dusver hier niets met eenige zekerheid vaststellen kan. Zij verliest zich in gissing^ maar weet aangaande oorsprong en woonplaats van den eersten, mensch niets. Er is dan ook geen enkel feit, dat ons dwingt de bepaling der H. Schrift aangaande Eden prijs te geven. Veeleer leveren ethnologie, linguistiek, historie en natuurwetenschap ons gegevens, die Azië als de oorspronkelijke woonplaats van den mensch waarschijnlijk maken. Noch Afrika, noch Europa, noch Amerika en nog veel minder een land als Lemuria kan daarop zooveel aanspraak maken als Azië. Hier vinden wij de oudste volken, de oudste beschaving, de oudste talen; heel de oude geschiedenis wijst ons naar dit werelddeel heen. Van uit dit deel der aarde is Europa en Afrika, Australië en ook Amerika bevolkt. "Wel doen zich hier vele vragen voor, waarop nog geen antwoord te geven is. En vooral is het onzeker, hoe en wanneer Amerika bevolkt is geworden 1). Maar deze bezwaren werpen geenszins de leer der Schrift omver, dat Azië de bakermat der menschheid is. Over de ligging van het paradijs en van Eden moge verschil van gevoelen bestaan, zoodat het beurtelings in het midden, oosten en zuiden van Azië is geplaatst; zelfs moge de geographie niet meer kunnen worden vastgesteld; Schrift en wetenschap getuigen beide, dat in Azië de oorspronkelijke woonplaats van den mensch is te zoeken 2).

') Zöekler, Gesch. der Bez. [ 542 v. Peschel, Völkerkunde 402 v. Vigouroux Les livres saints I\ 98 v. Dr. JE. Schmidt, Die aeltesten Spuren des Menschen in X. Amerika, Xo. 38 en 39 van de Deutsche Zeit- und Streitfragen. Wetenschappelijke Bladen 1895.

It'schel, Völkerkunde bl. 35—41. Zöekler, Gesch. der Bez. passim, vooral I 128 v. 17n v. 395 v. <554 v. II 779 v. Id., Lehre vom Urstand 216 v. Reusch, Bibel und Xatur 498 v. Zöekler, Bibl. u. Kirchenhist. Studiën, München 1893 V 1—38. Delitzsch, Xeuer Comm. zu Genesis bl. 81 v. Volck, art. Eden in PRE3 ■\ 158—162. 11. Engelkemper, Die Paradiesesflüsse. Miinster 1901. B. Poertner, Das bibl. Paradies. Mainz 1901. Pater Coelestinux, Het aardsche paradijs. Tilburg enz.

Sluiten