Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven evenmin eene opsomming van de wezenlijk verschillende bestanddeelen van den mensch als b.v. Luk. 10:27 en bewijzen dus niets. Ziel en geest staan in de Schrift telkens in parallelisme en wisselen met elkander af. Nu eens maken lichaam en ziel, dan lichaam en geest het wezen van den mensch uit, Mt. 10:28, 1 Cor. 7:34, Jak. 2:26. De psychische werkzaamheden worden beurtelings aan den geest en aan de ziel toegeschreven, Ps. 139 : 14, Spr. 19 : 2 en Spr. 17 vs. 27, Ps. 77 : 7, 1 Cor. 2 :11, Num. 21: 4 en Job 21:4, 1 Sam. 1:10 en Jes. 54 :6, Luk. 1:46 en 47 enz. Sterven heet zoowel overgave van de ziel, Gen. 35: 18, 1 Kon. 17 : 21, Mt. 20 : 28, Hd. 15 : 26, 20 : 10, als van den geest, Ps. 31 : 6, Mt. 27 : 50, Luk. 8 : 55, 23 : 46, Hd. 7 : 59. Soms is de geest en soms de ziel onsterfelijk, Pred. 12 : 7, Mt. 10 : 28; en de gestorvenen heeten zielen, Op. 6:9, 20:4, en geesten, Hebr. 12 vs. 13, 1 Petr. 3: 19. Maar ofschoon niet essentiëel onderscheiden, ze zijn toch geenszins identisch. Geest is de mensch, omdat hij niet als de dieren uit de aarde is voortgekomen, maar de adem des levens hem werd ingeblazen door God, Gen. 2:7; omdat hij zijn levensbeginsel van boven, uit God, heeft, Pred. 12:7; omdat hij een eigen geest heeft, onderscheiden van den Geest Gods, Gen. 41:8, 45 : 27, Ex. 35 : 21, Deut. 2 : 30, Richt. 15 vs. 19, Ezech. 3 : 14, Zach. 12 : 1, Mt. 26 : 41, Mk. 2 : 8, Luk. 1 vs. 47, 23 : 46, Joh. 11:33, Hd. 7:59, 17:16, Rom. 8:16, 1 Cor. 2:11, 5:3—5, 1 Thess. 5 : 23, Hebr. 4 :12, 12 : 23 enz.; omdat hij als zoodanig den engelen verwant is, ook geestelijke, hemelsche dingen bedenken kan, en desnoods ook zonder een lichaam kan bestaan. Maar ziel is de mensch, omdat het geestelijke bestanddeel bij hem van het eerste oogenblik af, in onderscheiding van de engelen, op een lichaam is aangelegd, voor een lichaam is georganiseerd; omdat hij door dat lichaam aan de aarde en ook voor zijn hooger leven aan het zinnelijke en uitwendige gebonden is; omdat hij tot het hoogere eerst van uit het lagere opklimmen kan; omdat hij dus een zinnelijk, stoffelijk wezen is en als zoodanig aan de dieren verwant. De mensch is een animal rationale, un roseau pensant; een wezen, dat

<le conditioneele onsterfelijkheid, vooral verdedigd door J. B. Heard, The tripartite nature of man2. Edinburgh 1868, maar o.a. weerlegd door John Laidlaw, The Bible doctrine of man 1895 bl. 66 v. en in het art. Psychology in Hasting s Dictionary of the Bible IV 166. Verg. ook mijne Beginselen der Psychologie § 3. Geesink, Van 's Heeren Ordinantiën, Eerste Deel bl. 310 v. J. Köberle, Xatur 'nnd Geist nach der Auffassung des Alten Test. 1900.

Sluiten