Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■den nieuweren tijd werd de leer van het werkverbond weer door -enkele theologen in hare beteekenis verstaan en toegelicht l).

'296. Er is tegen de verbondsleer, gelijk zij in de Gereformeerde theologie is ontwikkeld, zeker in te brengen, dat zij al te veel in détails is afgedaald, en al te sclioolsch behandeld is. De latere theologen verdedigden het leerstuk nog wel, maar zij gevoelden er de beteekenis en het theologisch en religieus belang niet meer van; de ziel was er uit, en de bestrijding was daarom gemakkelijk. Maar de leer van het werkverbond rust op Schriftuurlijken grondslag en is van uitnemende waarde. Alle hooger leven onder redelijke en zedelijke schepselen draagt den vorm van een verbond. Verbond is in het algemeen eene overeenkomst van personeD, waarbij zij zich vrijwillig, ter wering van eenig kwaad of ter verkrijging van eenig goed, tegenover elkander op bepaalde voorwaarden verplichten en verbinden. Zulk eene overeenkomst, hetzij stilzwijgend aangegaan of bepaald gestipuleerd, is de gewone vorm voor het samenleven •en samenwerken der menschen onderling. Liefde, vriendschap, huwelijk, en alle sociale coöperatie in handel, nijverheid, wetenschap, kunst enz. berust ten slotte op den grondslag van een verbond, d. i. op wederkeerige trouw en allerlei zedelijke, algemeen erkende, verplichtingen. Het kan daarom niet verwonderen, dat ook het hoogste, rijkste leven van den mensch, d. i. de religie, dit karakter draagt. In de Schrift is het verbond de vaste vorm, waarin de verhouding van God tot zijn volk voorgesteld wordt. En ook waar de naam niet voorkomt, zien wij beiden toch altijd als het ware in samenspraak met elkander, met elkaar onderhandelend, God den mensch noodigend tot bekeering, herinnerend aan zijne verplichtingen en zichzelf verbindend tot het schenken van alles goeds. Later bij de leer van het verbond der genade, zal het Bijbelsch begrip van in het licht worden gesteld. Hier zij het

genoeg, aan deze algemeene notie te herinneren. Ook al zou de naam verbond voor de religieuze verhouding van Adam tot God in de Schrift nooit voorkomen, ook niet in Hos. 6:7; toch draagt het religieuze leven van den mensch vóór den val het karakter van een verbond. De Gereformeerden waren nooit zoo eng van te staan op den naam, indien de zaak maar vaststond; de vocabulo

') Kuyper, Heraut 161 v. Hodge, Syst, Theol. II 117. G. Vos, De verbondsleer in de Geref. Theol. 1891.

Sluiten