Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Adam echter had dit hoogste nog niet; hij had nog niet het eeuwige leven; hij ontving wel het posse stare, maar niet het veile stare; wel het posse si vellet maar niet het veile, quod posset; hij had het posse non errare, peccare, mori, maar nog niet het non posse errare, peccare, mori. Hij verkeerde nog in de mogelijkheid van zonde en dood, en dus ook nog in eenige vreeze en angst; zijner was nog niet de volmaakte, onveranderlijke liefde, die alle vreeze buitensluit. En terecht zeiden daarom de Gereformeerden, dat deze moee-

' O

lijkheid, dit veranderlijk goed zijn, dit nog kunnen zondigen en sterven geen deel, geen stuk, geen inhoud van het beeld Gods, maar de grens, de beperking, de omtrek ervan wasx). Daarom was het noodig, dat het beeld Gods ontplooid werd, deze mogelijkheid van zonde en dood volkomen overwon en te niet deed, en schitterde in onvergankelijke glorie. Tengevolge van deze opvatting van den status integritatis, hebben de Gereformeerden in onderscheiding van anderen bij de beschrijving van den paradijstoestand eene prijzenswaardige soberheid in acht genomen. Adam was Christus niet, het natuurlijke was niet het geestelijke, het paradijs was niet de hemel. Hoezeer dan ook het naturalisme zij te weerstaan, dat de macht der zonde miskent en den dood natuurlijk acht; aan de andere zijde is niet minder het supranaturalisme te mijden, dat het beeld Gods bestaan laat in een bovennatuurlijk toevoegsel aan de natuur. De zonde heeft volgens de Gereformeerden alles bedorven en verwoest, maar, omdat zij geen substantie is, heeft zij niet het wezen, de substantie der schepping kunnen veranderen. De mensch is als zondaar nog mensch gebleven; en zoo ook zijn alle andere schepselen, aarde, hemel, natuur, plant, dier, in weerwil van den vloek der zonde en de heerschappij der verderfenis, essentieel en substantieel dezelfde gebleven. Gelijk wij boven bij de religie zagen, zoo is het ook bij al het andere: de zonde heeft geen substantie ontnomen, de genade schenkt geen substantie terug. De materia aller dingen is en blijft dezelfde, maar de forma, in de schepping geschonken, werd door de zonde gedeformeerd, om in de genade weer geheel en al te worden gereformeerd 2).

Deze ernstige en toch zoo gezonde opvatting van den paradijstoestand door de Gereformeerden komt op tal van punten uit. Tegen de Lutheranen en Remonstranten verdedigden zij, dat Adam,

') Heppe, Dogm. der ev. ref. K. 181. Shedd, Dogm. ïheol. II 104. 150. 2) Voetius, Disp. I 776.

Sluiten