Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

traducianisme is daartoe voldoende ; voor werkverbond en creatianisme is er geen plaats. Maar wederom gingen de Roomsche en Gereformeerde theologie van eene andere gedachte uit. De bestemming des menschen ligt in de hemelsche zaligheid, het eeuwige leven, de aanschouwing Gods. Maar deze kan hij alleen bereiken in den weg der gehoorzaamheid. Er is geen verhouding tusschen deze gehoorzaamheid en dat leven. Hoe kan dan toch aan den mensch die hemelsche zaligheid als een loon op zijne werken worden geschonken? Rome zegt: doordat hem in het beeld Gods eene bovennatuurlijke genade wordt verleend, die hem het eeuwige leven ex condigno kan doen verdienen. De Gereformeerde zegt: doordat God met den mensch een verbond opricht en hem het eeuwige leven schenken wil, niet naar de waardigheid zijner werken, maar naar zijne eigene genadige beschikking. Beiden echter stemmen daarin overeen, dat de bestemming des menschen ligt in het eeuwige leven, dat deze alleen te bereiken is in den weg deizedelijke gehoorzaamheid, en dat God de beslissing in deze zaak voor het menschelijk geslacht in de handen van Adam heeft gelegd. En daarom kwamen beiden ook tot het creatianisme. Daartoe was immers noodig, èn dat alle menschen in het verbondshoofd Adam begrepen waren, èn dat zij tegelijk zelf personen, individuen, menschen bleven met zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Physische afstamming alleen zou gemaakt hebben, dat de zonde, die wij uit Adam kregen, een lot ware, een natuurproces, eene krankheid, die buiten onzen wil en dus buiten onze schuld omgaat. Dat is echter de zonde niet. En ook de gerechtigheid, die Christus, de laatste Adam, ons schenkt, draagt dat karakter niet. Beide onderstellen eene foederale verhouding der menschheid tot hare hoofden.

En zoo handhaaft nu het creatianisme, dat ieder mensch een organisch lid is van het groot geheel, en tegelijk, dat hij in dat groot geheel eene eigene, zelfstandige plaats inneemt. Het houdt vast de eenheid van heel het menschelijk geslacht en tegelijk de zelfstandige beteekenis van ieder individu. Menschen zijn geen exemplaren, geen nummers van een soort, ze zijn ook geen los naast elkaar staande individuen, gelijk de engelen. Ze zijn beide te zamen, deelen van het geheel en individuen; levende steenen van het Godsgebouw. Het creatianisme bewaart de organische, beide physische en moreele, eenheid der menschheid en tegelijk eerbiedigt het het mysterie der persoonlijkheid. Ieder

Sluiten