Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaligmakend geloof mag ter andere zijde niet met het voorzienigheidsgeloof vereenzelvigd of daarin opgelost worden. De bijzondere openbaring is onderscheiden van de algemeene en het zaligmakend geloof in den persoon van Christus is een ander dan het algemeen© geloof aan G-ods bestuur in de wereld. Juist door het geloof in Christus wordt de geloovige in staat gesteld, om in weerwil van alle raadselen toch vast te houden, dat die God, welke de wereld regeert, dezelfde liefderijke en goedertierene Vader is, welke hem in Christus alle zijne zonden vergaf, tot zijn kind aannam, en hem de eeuwige zaligheid zal doen beërven. En het geloof aan Gods voorzienigheid is dan geen inbeelding maar vast en zeker, het rust op de openbaring Gods in Christus en draagt de overtuiging in zich, dat de natuur aan de genade, de wereld aan het Godsrijk ondergeschikt en dienstbaar zal zijn. Zoo ziet het dan door alle smart en lijden heen weer blijde de toekomst in; al worden de raadselen niet opgelost, het geloof aan Gods vaderlijke hand heft zich altijd uit de diepte weer op en doet zelfs roemen in de verdrukkingen x).

In verband hiermede is het opmerkelijk, dat de Schrift het abstracte woord voorzienigheid niet kent. Men heeft aan dit woord wel een Schriftuurlijk karakter willen geven door beroep op Gen. 22 : 8, 1 Sam. 16 : 1, Ezech. 20 : 6, Hebr. 11: 40; enkele malen komt het woord ook van menschelijke voorzorg voor, Hd. 13 : 14, Rom. 12 : 17, 13 :14, 1 Tim. 5 : 8. Maar dat alles neemt niet weg, dat de Schrift, over Gods voorzienigheid handelend, gansch andere woorden bezigt. Zij vat de werkzaamheid Gods, door dit woord uitgedrukt, niet saam in een abstract begrip en houdt er geen theologische verhandeling over. Maar zij schildert haar zelve op de rijkste en levendigste wijze en laat haar ons zien in de historie; de Schrift in haar geheel is het boek der voorzienigheid Gods. En zoo die voorzienigheid teekenend, spreekt zij van scheppen, Ps. 104 vs. 30, 148 : 5, levendmaken, Job 33 : 4, Neh. 9 : 6, vernieuwen, Ps. 104: 30, zien, schouwen, letten, Job 28 : 24, Ps. 33 : 13, 15, behouden, behoeden, bewaren, Num. 6 : 24, Ps. 36 : 7, 121 : 7, leiden, leeren, regeeren, Ps. 25 : 5, 9, 93 :1 enz, werken, Joh. 5 : 17, dragen, Hebr. 1:3, zorgen, 1 Petr. 5: 7. Het woord voorzienigheid, is aan de philosophie ontleend. Volgens Laërtius was Plato de eerste, die

') Verg. Ulrich, Heilsglaube und Vorsehungsglauben, Neue kirchl. Zeits. 1901 bl. 478—493. Winter, Neue kirchl. Zeits. 1907 bl. 609—631.

Sluiten