Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«en regeert, dan moet Hij ze te voren kennen (providentia), haar ook willen en kunnen verzorgen (prudentia) en in den tijd alles ook metterdaad zóó onderhouden en regeeren, dat het door Hem \ooigestelde einde wordt bereikt. In dezen ruimen zin genomen, •omvat de voorzienigheid 1° een actus internus, die dan verder nog wel weer in "rooyroiatg, rroo'J-fmc en óioixijaig onderscheiden werd 1), ■en 2° een actus externus, die als executio ordinis, als conservatio, concuisus, gubernatio omschreven werd. De actus internus van deze providentia is echter vroeger reeds volledig in de leer der deugden •en der besluiten Gods behandeld; hier, na de leer der schepping, kan dus de voorzienigheid alleen als actus externus, als daad Gods naai buiten, ter sprake komen. Al moge nu de voorzienigheid in dezen zin van den actus internus, de nooyvaxug, 7TQoO-eaig en óioixrjaig, nooit los te maken noch ook te denken zijn, ze is er toch van onderscheiden, zooals de executio ordinis van de ordo zelve.

Het woord voorzienigheid heeft daarmede eene geheele wijziging ondergaan. En de vraag kan rijzen, of het woord nog wel ter aanduiding van de zaak geschikt is. Toen vroeger de voorzienigheid nog in de leer der deugden of der besluiten Gods behandeld werd, behield het zijne oorspronkelijke beteekenis; maar sedert zij meer on meer als conservatio en gubernatio opgevat wordt en na de schepping ter sprake komt, is die oorspronkelijke beteekenis schier .geheel te loor gegaan. De voorzienigheid in dezen laatsten, engeren zin is geen eigenlijke providentia meer, geen ratio ordinis rerum in finem, want deze gaat eraan vooraf en wordt door haar ondersteld; zelve is zij executio ordinis. Deze laatste werd dan ook in •de dogmatiek nader omschreven door conservatio of door gubernatio of door beide saam 2). Tusschen deze beide werd later nog, ter al wering van het pantheïsme en het deïsme, de concursus of ■cooperatio ingevoegd, die zakelijk wel altijd bij de leer der voorzienigheid behandeld werd 3), maar die later ook formeel, tusschen

) Gerhard, Loc. VI c. 2.

Lactantius, de ira Dei c. 10. Thomas, S. Theol I qu. 103. 104. Bonaventura, I.revil. ed. 1-rib. 1881 b). 93. Ned. Geloofsbel. art. 13. Hei.i. Cat. X. Zanchius, Op. II 425. Syno2)sis pur. theol. XI 3 enz.

s Augustinus, de trin. III 4. de civ. V 8—11, Theodoretus, de provid. or. X. Boïthuis, de cons. IV en V. Damascenus, de fide II 29. Thomas, S. Th. I qu. 48. 49. 104 art. 2, qu. 105 art. 5. I 2 qu. 19 art. 4. Cat. Rom. I c. 2 qu. 20. Zmngli, de provid. c. 3. 0P. IV 86. Calvijn, Inst. I 16. 2. Contre la seete des

Sluiten