Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alomtegenwoordige daad Gods als de schepping; zij is eene creatio eontinua of continuata; zij zijn beide ééne daad en verschillen alleen ratione *).

Aldus sprekende, hebben vroegere theologen toch geenszins het onderscheid willen te niet doen, dat tusschen schepping en voorzienigheid bestaat, gelijk b. v. Hodge vreest 2). De Schrift immers stelt anderzijds de voorzienigheid voor als een rusten van het werk der schepping, Gen. 2 : 2, Ex. 20 : 11, 31: 17 en voorts als een zien, Ps. 14 : 2, als een schouwen, Ps. 33 :13, als een letten, Ps. 33 : 15, als een gadeslaan, Ps. 103 : 3 enz., hetwelk altemaal het bestaan, de zelfwerkzaamheid, de vrijheid van het schepsel onderstelt. Ook deze gegevens der Schrift mogen niet verwaarloosd worden. Schepping en voorzienigheid zijn niet hetzelfde. Indien de voorzienigheid eene ieder oogenblik vernieuwde schepping ware, zouden de schepselen elk oogenblik ook uit het niet te voorschijn worden gebracht. De samenhang, het verband, de ordo causarum ging dan geheel te looi', en van ontwikkeling, geschiedenis zou er geen sprake kunnen zijn. Alle schepselen zouden dan niet werkelijk, maar slechts in schijn bestaan en alle zelfstandigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid missen; God zelf zou de oorzaak der zonde zijn. Ofschoon velen de voorzienigheid eene creatio eontinua noemden, zoo bedoelden zij toch daarmede geenszins het onderscheid tusschen beide uittewisschen; veeleer vatten zij allen de voorzienigheid tegelijk op als een doen volharden in het bestaan, als eene conservatio, die de schepping onderstelt. Zoo zegt b. v. Augustinus, dat God op den zevenden dag gerust heeft en geen nieuwe genera meer geschapen heeft, en hij omschrijft dan het werk der voorzienigheid in onderscheiding van dat der schepping aldus : movet itaque occulta potentia universam creaturam suam .... explicat secula, quae illi cum primurn condita sunt tanquam implicita indiderat, quae tarnen in suos cursus non explicarentur, si ea ille qui condidit provido motu administrare cessaret 3). De voorzienigheid moge dus soms eene creatio heeten, zij is van de eerste en eigenlijke schepping altijd daarin onderscheiden, dat zij eene creatio eontinua is.

!) Augustinus, de Gen. ad litt. IV 15. Conf. IV 12. de civ. XII 17. Thomas I qu. 104 art. 2. Quenstedt, Theo). I p. 351. Ursinus, Explic. Cat. qu. 27. M. Vitringa II 183. Heppe, Dogm. d. ev. ref. K. 190.

') Hodge, Syst. Theol. 1 577.

s) Augustinus, de Gen. ad lit. V 20.

Sluiten