Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

maar als man en vrouw; alleen van zulk eene gereede wereld kon de ontwikkeling uitgaan en zoo werd ze door de schepping aan de voorzienigheid aangeboden. Voorts was die wereld een harmonisch geheel, waarin de eenheid zich paarde aan de rijkste verscheidenheid; elk schepsel ontving zijn eigen aard en daarin een eigen zijn, een eigen leven en levenswet. Gelijk in Adams hart de zedewet was ingeschapen, als regel voor zijn leven, zoo droegen alle schepselen in hun eigen natuur de principia en de wetten voor hunne ontwikkeling. Alle dingen zijn geschapen door het woord. Alles berust op gedachte. De gansche schepping is een systeem van ordinantiën Gods, Gen. 1: 26, 28, 8 : 22, Ps. 104 : 5, 9, 119 vs. 90, 91, Pred. 1:10, Job 38 :10v., Jer. 5 : 24, 31: 25v., 33 : 20, 25. Hij gaf aan alle schepselen eene orde, eene wet, die ze' niet overtreden, Ps. 148:6 !). Zij berust in al hare deelen op den raad Gods, en deze komt uit in het kleine en in het groote; het komt alles voort van den Heere der heirscharen. Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad, Jes. 28 : 23—29.

Zoo leert ons de Schrift de wereld verstaan, eD zoo heeft ook de Christelijke theologie het begrepen. Augustinus zeide, dat er in de schepselen semina occulta, originales regulae, seminariae rationes waren ingeplant, die, in den geheimen schoot der natuur verborgen, de principia aller ontwikkeling zijn. Quaecunque nascendo ad oculos nostros exeunt, ex occultis seminibus accipiunt progrediendi primordia, et incrementa debitae magnitudinis distinctionesque formarum ab originalibus tamquam regulis sumunt 2). De wereld is daarom zwanger van de oorzaken der wezens; sicut matres gravidae sunt foetibus, sic ipse mundus gravidus est causis nascentium, quae in illo non creantur, nisi ab illa summa essentia, ubi nee oritur nee moritur aliquid nee incipit esse nee desinit 3). Zij is een arbor rerum, die tak en bloesem en vrucht uit zichzelve voortbrengt 4). God houdt de dingen toch zoo in stand en werkt zoo in hen, dat zij zelve als causae secundae medewerken. Dat zegt niet, dat men bij deze tweede oorzaken moet blijven staan; wij moeten altijd opklimmen tot de oorzaak van alle zijn en beweging, en dat is alleen de wil Gods; voluntas conditoris conditae rei cujusque natura

') Verg. deel I 350—386.

-) Augustinus, de trin. III 7. de Gen. ad lit. IV 33.

s) Augustinus, de trin, III 9.

4) ld., de Gen. ad lit. VIII 9.

Geref. Dogmatiek II.

Sluiten