Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len. Het is de voorzienigheid Gods, welke in aansluiting aan de schepping al deze onderscheidene naturen, krachten, ordinantiën handhaaft en tot volle ontplooiing brengt. In de voorzienigheid doet God niet te niet maar eerbiedigt en ontwikkelt Hij, wat Hij in de schepping ten aanzijn riep. Ad providentiam divinam non pertinet naturam rerum corrumpere, sed servare 1). Zoo onderhoudt ■en regeert Hij dus alle schepselen overeenkomstig hun aard, de engelen anders dan de menschen en deze wederom anders dan dieren en planten. Maar inzoover God nu in zijne voorzienigheid ■de onderlinge verhoudingen der dingen in stand houdt en de schepselen onderling aan elkanders bestaan en leven dienstbaar maakt, kan zij middellijk heeten. Immediate Deus omnibus providet, quoad oidinis rationem, quoad executionem ordinis vero per aliqua media providet 2). Zoo schiep Hij de engelen allen tegelijk, maar laat Hij de menschen uit éénen bloede voortkomen; zoo houdt Hij sommige schepselen individueel, andere als soort en geslacht in stand; zoo bedient Hij telkens zich van allerlei schepselen als middelen in zijne hand, om zijn raad uit te voeren en zijn doel te bereiken.

De Christelijke theologie ontkende dit niet; integendeel heeft zij altijd op voorgang der Schrift met nadruk de natuurorde en het causaalverband der verschijnselen gehandhaafd. Het is onwaar, dat het Christendom met zijn supranaturalisme aan eene natuurorde vijandig zou zijn en de wetenschap onmogelijk zou maken, gelijk bijv. Draper en anderen met welgevallen zoeken aan te toonen 3). "V eel juister is het oordeel van Du Bois Reymond, als hij zeide: die neuere Naturwissenschaft, wie paradox dies klinge, verdankt ihren Ursprung dem Christenthum 4j. In elk geval heeft het Christendom de wetenschap, bepaaldelijk die van de natuur, mogelijk gemaakt en daarvoor den bodem bereid. Hoe meer toch de natuur-

') Thomas, S. Theol. II 1 qu. 10 art. 4.

a) Thomas, S. Theol. I qu. 22 art. 3.

'7 Draper, Gesch. van de worsteling tusschen godsdienst en wetenschap. Haarlem Bohn 1887.

4) Dit Bois Reymond, Kulturgesch. und Naturw. Leipzig 1878. bl. 28. Verg. ook Lange, Gesch. des Mater. 1882 bi. 129 v. Martensen Larsen, Die Naturwissenschaft in ilireni Schuldverhiiltnis zum Christenthum. Berlin 1897. Dennert bij Nieuwhuis, Twee vragen des tijds 1907 bl. 9-52. De verdiensten der Kath Kerk ten opzichte der natuurwet. Naar het Eng. met voorbericht van F. Hendrichs. Amsterdam 1906.

Sluiten