Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde, welke aanstonds de gedachte meebrengt van de ééne, absolute, nimmer tegen zichzelve verdeelde waarheid; van de harmonie en de schoonheid van den raad Gods; en dus ook van de eenheid van het wereldplan en van de orde der gansche natuur. Wenn in freier und grossartiger Weise dem einen Gott auch ein einheitliches Wirken aus dem Ganzen und Vollen zugeschrieben wird, so wird der Zusammenhang der Dinge nach Ursache und Wirkung nicht nur denkbar sondern er ist sogar eine nothwendige Consecjuenz der Annahme '). De Schrift zelve gaat in de erkenning van zulk eene natuurorde, van allerlei ordinantiën en wetten voor de geschapene dingen, ons voor. En het wonder maakt daar zoo weinig inbreuk op, dat het die vaste natuurorde veeleer onderstelt en bevestigt. De Christelijke kerk en theologie hebben zulk een ordo rerum ten allen tijde gaarne erkend; Augustinus beriep zich telkens op het woord in Wijsh. 11:20, omnia mensura numeroque et pondere ordinasti. Zij hebben althans in den eersten tijd tegen het schrikkelijk bijgeloof, dat in de derde en vierde eeuw tot een buitengewone hoogte steeg, met kracht zich verzet, en met name ook de astrologie bestreden 2). De strijd, die er menigmaal uitbrak, werd niet gevoerd tusschen Christendom en natuurwetenschap; de partijen waren gansch anders gegroepeerd; het was meestentijds een strijd tusschen oude en nieuwe wereldbeschouwing, waarbij er geloovige Christenen stonden aan beide kanten s).

Deze principieel juiste natuurbeschouwing, welke de theologie voorstond, blijkt nergens duidelijker uit dan uit hare leer van den ■concursus en de causae secundae. In het pantheïsme en in het deïsme kan deze leer niet tot haar recht komen. Daar zijn er geen causae, en hier geen causae secundae meer. In het pantheïsme •worden de causae secundae, d. i. de binnen den kring van het geschapene naastliggende oorzaken der dingen met de causa prima, dat is God, vereenzelvigd. Er is tusschen beide geen onderscheid van substantie en werking; God is materialiter en formaliter het subject van alwat geschiedt, dus ook van de zonde; hoogstens zijn

') Lange, Gesch. des Mater. bl. 130.

') Augustinus, de civ. V 1—8. Thomas, S. c. Gent. III 84 v. Calvijn, Contre 1'astrologie, C. R. 35 bl. 509—544. Turretimis, Theol. El. VI qu. 2. Moor II 435. M. Vitringa II 180 enz. Verg. ook Harnack, Mission und Ausbreitung des ■Christ.3 1906 I 108 v.

3) Verg. boven bl. 513.

Sluiten