Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

historisch zijn. Want deze leer is geen dogma, louter afgekondigd op grond van uitwendige autoriteit, maar het vindt zijne bevestiging in de ervaring. Daar is wel eene inspireerende werkzaamheid des H. Geestes in die verhalen van Genesis, maar als Irenaens, Clemens, Athanasius, Anselmus ze geheel of gedeeltelijk als allegorisch opvatten, dan hebben wij dezelfde vrijheid. In elk geval, the Christian doctrine of sin rests on a far broader and far surei foundation than the belief, that the early chapters of Genesis belong to one form or stage of inspired literature rather than to anothei. Ir rests on the strong foundation of our Lord, accepted and vei'ilied by man's moral consciousnessx). Anderen gaan nog verder, en meenen desnoods Genesis 3 en Romeinen 5 goheul te kunnen missen; het is onjuist, volgens De Hartog, den val des menschen voor te dragen als een geloofswaarheid, die we aanvaarden, omdat de Schrift ervan spreekt. Veeleer omgekeerd: omdat de val uit de ervaring blijkt, getuigt Genesis 3 van deze realiteit. De val des menschen, zonde en dood zijn niet geloofspunten maar ervaringsdata ■*).

Er is hierbij wel eenig misverstand in het spel. Indien Genesis 3 historie verhaalt, dan is de val een feit, dat eenmaal, in den aanvang van het menschelijk geslacht, heeft plaats gehad en oen onvernietigbaar bestanddeel van wereld en geschiedenis uitmaakt. Als feit rust de val niet op het verhaal van Gen. 3, maar omgekeerd, het is in Gen. 3 verhaald, omdat het lang vooraf in de geschiedenis had plaats gehad. Voorts, de val van den mensch is volgens de Schrift zulk een ernstig en ontzettend feit geweest, dat de gevolgen ervan tot op den huidigen dag doorwerken in de geschiedenis van het menschelijk geslacht; de ervaring is inderdaad vol van data, die op het feit van den val terugwijzen. Maar uit dit alles leidt men toch ten onrechte af, dat het verhaal in Genesis onnoodig en overbodig is en desnoods geheel gemist of door de critiek zonder schade, van zijn historisch karakter ten eenenmale beroofd zou kunnen worden. Want er is onderscheid tusschen een feit en de kennis van

>) Ch. Gore, Lux Mundi 13» ed. London 1892 bl. 395. Id., The new Theology and the old religion 1907 bl. 233. Verg. ook Orr, Gods Image in man bl. 298 v.

a) I)r. A. H. de Hartog, De Heilsfeitep. Amersfoort 1907 bl. 34—39. Vergel. Br. Gerretsen, die zich aldus uitlaat: De val des menschen is de noodzakelijke veronderstelling van de geheele soteriologie. Ook indien hij in Gen. III en Kom. V niet ware genoemd, zou een scherp dogmatisch denken tot de gevolgtrekking moeten komen, dat er een eerste overtreding van den eersten mensch is geweest, waardoor geheel de ontwikkeling van het menschelijk geslacht wordt beheerscht.

Sluiten