Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid van historische, religieuze en ethische voorstellingen te voorschijn getreden, en anderzijds uit haar isolement losgemaakt en met al de volken, traditiën, gewoonten, zeden enz. in samenhang gebracht. Daarbij is met name een sterk licht gevallen op het onderscheid tusschen de oudheid van een verhaal en den tijd, waarin het opgeteekend is. Ook wanneer de „Urgeschichte" van G-enesis uit den tijd van Mozes dagteekent, is zij door een reeks van eeuwen gescheiden van de gebeurtenissen, die zij verhaalt. 4° De moderne wetenschap, ofschoon de evolutie huldigend, neemt toch gewoonlijk nog aan de eenheid van het menschelijk geslacht. Indien zij dit doet, aanvaardt zij daarbij eene reeks van gevolgtrekkingen, die van de grootste beteekenis zijn. Want indien de menschheid ééne is, dan is zij afgestamd van één ouderpaar, dan heeft zij zich van eene bepaalde plaats uit over heel de wereld verspreid, dan heeft zij van huis uit eene groep van verstandelijke, godsdienstige, zedelijke voorstellingen en traditiën gemeen, dan moet er reeds in het begin, bij het eerste menschenpaar, eene zedelijke afwijking hebben plaats gehad, want de zonde is algemeen 1). Alles saamgenomen, mist de wetenschap van natuur en geschiedenis tot op den huidigen dag het recht, om over de waaiheid van den status integritatis en den zondeval des eersten menschen eene uitspraak te doen. Het getuigenis, dienaangaande in Genesis vervat, door het later beroep van profeten en apostelen en van Christus zeiven bevestigd, en als een noodzakelijk bestanddeel ingevlochten in het geheel der heilsopenbaring, blijft zich handhaven in de consciontie der menschen en past volkomen op de werkelijkheid, welke de dagelijksche ervaring ons kennen doet.

Indirect vindt dit getuigenis der Schrift ook bevestiging in de traditiën, sagen of mythen, die bij allerlei volken over een zondeval voorkomen. Een eigen!ijke parallel is van het Bijbelsch verhaal tot dusver nergens gevonden. Delitsch meende er een ontdekt te hebben in de afbeelding op een zegelcylinder, welke twee personen voorstelt, die de handen uitstrekken naar de vruchten van een boom, aan welks linkerzijde iets opgericht is, dat eene slang kan zijn; maar daar de beide personen gekleed en neergezeten zijn, de handen beiden naar den boom uitstrekken, en waarschijnlijk beiden manspersonen zijn, valt er aan verwantschap met het verhaal in Gen. 3 niet te denken. Ook andere verhalen, die men ter vergelijking heeft bijge-

') Vergel. over dit alles breeder: Bavinck, Wijsbegeerte der Openbaring 1908 bl. 124 v. 146 v. 160 v.

Sluiten