Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„fouten van den kinderlijken leeftijd, den eigenaardigen zedelijken toestand der onbeschaafde volken, het verschijnsel der misdaad in de beschaafde maatschappij. Maar die aangeboren natuur is toch zelve geene zonde, want zonde is, gelijk Pelagius goed inzag, altijd eene daad van den wil. Eerst dan worden de zelfzuchtige lusten en neigingen tot zonden, wanneer de wil ze tegen beter weten in handhaaft en opvolgt, en het schuldig karakter der zonden neemt toe, naarmate het verstand beter ingelicht en de wil zedelijk sterker geworden is; ieder mensch is „the Adam of his own soul." Terwijl Augustinus dus terecht nadruk legde op de algemeenheid der zonde, op de zedelijke eenheid en solidariteit van het menschelijk geslacht, handhaafde Pelagius met niet minder recht de persoonlijke verantwoordelijkheid en schuld ').

311. Ofschoon deze theorie als eene verzoening van Augustinus en Pelagius en als de oplossing van een eeuwenoud probleem wordt voorgedragen, kan zij daarvoor bij eenig nadenken toch volstrekt niet in aanmerking komen. Ten eerste is zij blijkbaar gevormd onder don invloed der evolutie-, bepaaldelijk van de descendentieleer en neemt deze reeds als vaststaande en bewezen aan 2), terwijl haar toch feitelijk alle hechte grond ontbreekt. Ten tweede geeft zij zich geene rekenschap van de tegenstelling, die er in de opvatting van den mensch tusschen de evolutie-hypothese en de leer der H. Schrift bestaat, en slingert daarom tusschen beide heen en weer. Als zij de eeiste aanvaardt en daaraan ten einde toe getrouw wil blijven, kan zij het wezenlijk onderscheid van dier en mensch, het absoluut

') F. R. Tennant, The origin and propagation of sin, 2 ed. Cambridgc 1906, verg. de aankondiging van Clemen, Theol. Lit. Z. 23 Jan. 1904, die met Tennant instemt, maar zijne leer van 's menschen vrijen wil verwerpt. Ook anderen hebben eene poging beproefd, om eene meer of minder Christelijk getinte leer der zonde met de evolutietheorie te vereenigen; zoo bijv. Illingworth, Personality human and divine. Macmillan 1908 ch. 6. R. J. Campbell, The new theology, popular edition, bl. 38 v. Sir Oliver Lodge, The substance of faith, allied with science, 3® ed. bl. 6 v. Orchard, Modern theories of sin. London 1909 bl. 114 v. De zonde wordt dan een noodzakelijk moment in het ontwikkelingsproces van den mensch, dat langzamerhand door de ontwaking en versterking van het zedelijk bewustzijn overwonnen wordt. Orchard ontneemt aan de zonde zelfs alle objectieve schuld, en ziet in het schuldbewustzijn (berouw, wroeging enz.) een middel Gods, om den mensch zedelijk op te voeden en tot de volmaaktheid te leiden.

2) Tennant, t. a. p. bl. 10. 27. 142,

Sluiten