Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijst menigmaal het kwade hulde aan het goede, zoo wordt de leugen door de waarheid achterhaald, zoo moet Satan, om te verleiden,^ menigmaal verschijnen als een engel des lichts. Maar dat alles is niet aan de zonde doch aan de almacht Gods te danken, die uit het kwade het goede kan doen voortkomen, uit de duisternis het licht en uit den dood het leven. Ten laatste wreekt heel deze valsche voorstelling zich op schrikkelijke wijze in de practijk van het leven. Indien de philosophie het met zooveel woorden verkondigt: God draagt van alles de schuld, de mensch gaat vrij uit, dan laat in de practijk het libertinisme en het pessimisme niet lang op zich wachten. Het libertinisme, dat de zonde voor een waan en dezen waan voor de eenigo zonde houdt, dat alle grenzen tusschen goed en kwaad uitwischt, alle zedelijke begrippen vervalscht of met Nietzsche omsmelt en nieuw munt, dat onder de leuze van de emancipatie des vleesches de bestialiteit als genialiteit verheerlijkt. Het pessimisme, dat, blind voor de zonde, alleen aan het lijden denkt, de schuld van al dat lijden werpt op de alogische daad van een absoluten wil, en in vernietiging van het bestaande de verlossing van het lijden zoekt. Naar de uitkomst geoordeeld, wordt ook de zoogenaamde onafhankelijke philosophie geleid door het aan ieder mensch eigene streven, om zichzelf te rechtvaardigen en God van onrecht aan te klagen ').

313. Toch is daarmede, dat God geen oorzaak der zonde is, niet alles gezegd. De Schrift, die God verre houdt van alle goddeloosheid, spreekt ter anderer zijde zoo beslist mogelijk uit, dat zijn raad en bestuur ook over de zonde gaat 2). God is de auteur der zonde niet, maar ze gaat toch niet om buiten zyne kennis, zijn

') John H. Edwards, wijst in een artikel: The vanishing sense of sin, in The I resb. and Ref. Review, Oct. 1899 bl. 606—616 aan, hoe positivisme, pantheïsme buddhisme enz. de verzwakking van het zondebesef in de hand werken. Men kan er de nieuwe religie van Christian Science bijvoegen, volgens welke stof, zonde, ziekte en dood alleen in de gedachte bestaan ; they can be nothing except the results of material consciousness, but material consciousness can have no real existence, because it is not a living reality, Mary Baker G. Eddy, Unity of Good, Boston 1898 bl. 53. Verg. verder Maller, Siinde I5 374 v. Weiszacker, Zu der Lehre v. Wesen der Siinde, Jahrb. f. d. Theol. 1856 bl. 131 — 195. Kahnis, Dogm. I 478 v. Vilmar, Theol, Moral I 143 v. Dorner, Chr. Gl. II 114 v. Orr, Chr. view of God and the world bl. 193. Fairbairn, The pliilos. of the Chr. religion' 1905 bl. 94 v.

!) Verg. deel II 352. 410. 667.

Sluiten