Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en heiligheid? De Pelagiaansche voorstelling, dat de eerste mensch in een staat van kinderlijke onnoozelheid, van zedelijke indifferentie verkeerde, bleek ons reeds vroeger onaannemelijkx); zij verklaart den val des menschen niet, maar verandert hem in een niets beteekenend ongeluk, en maakt het onbegrijpelijk, dat daaruit zoo ontzettende gevolgen en zoo schrikkelijke ellenden voortgekomen zijn voor heel het menschelijk geslacht. Als eene bron zulk een stroom van onrein water voortbrengen kan, moet zij zelve innerlijk bedorven zijn. Het is daarom ongeoorloofd, om den afstand tusschen den status integritatis en den status corruptionis zóó te verkleinen, dat de overgang gemakkelijk en geleidelijk wordt. De mensch werd niet zedelijk indifferent, maar positief heilig door God geschapen. Toch moet daarbij het volgende worden bedacht, ^cn eerste heeft God de mogelijkheid der zonde zeer zeker gewild. De possibilitas peccandi is" van God. De gedachte der zonde is allereerst geconcipieerd in zijn bewustzijn 2). God heeft eeuwig de zonde gedacht als zijn absoluut tegendeel, en zoó, met die natuur, in zijn besluit opgenomen, anders hadde ze nooit in de werkelijkheid kunnen ontstaan en bestaan. Niet Satan en niet Adam en Eva zijn het eerst op de gedachte der zonde gekomen; deze heeft God zelf hun als het ware zichtbaar voor oogen gesteld. Door den boom der kennis des goeds en des kwaads en door het proefgebod heeft Hij den mensch duidelijk twee wegen aangewezen, welke hij inslaan kon. En vóór zijn val heeft Hij het zelfs gedoogd, dat eene booze macht van buiten af doordrong in het paradijs, de slang gebruikte als haar instrument en met Eva begon te onderhandelen over de beteekenis van het proefgebod. De mogelijkheid der zonde is dus zonder twijfel door God gewild.

ïh "de tweede plaats: in overeenstemming met de objectieve mogelijkheid heeft God engelen en menschen zóó geschapen, dat zij zondigen en vallen konden. Zij hadden het hoogste nog niet3); zij

') deel II 575.

a) Verg. echter deel II 200.

a) Verg. deel II 616. De Gereformeerden hebben bij de beschrijving van Adams toestand steeds soberheid betracht; zij hielden de justitia originalis wel vast, maar wachtten zich voor overdreven voorstellingen, zooals ze bij kerkvaders enz. voorkwamen, deel II 608. Toch is niet met zekerheid te zeggen, waarom de woorden in art 14 der Ned. Gel.: geheel volmaakt in alle dingen, deel II 610, op do Synode van 1566 te Antwerpen zijn weggelaten. Van Toorenenbergen, De Symbol, geschriften bl. 24. 25 vermoedt, dat men die uitdrukking overdreven

Sluiten