Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden met aan het einde, maar aan het begin van den weg geplaatst; de gave der perseverantia, die eene gave is en het altijd blijft, die nooit in eigenlijken zin verdiend kan worden en nooit tot de natuur van een schepsel kan behooren, werd hun nog onthouden. Het zou anders ook den schijn hebben gehad, alsof God de zonde met geweld wilde keeren en vreesde voor hare macht. Engelen en menschen hadden dus de gratia, qua potuerunt stare niet die, qua vellent perpetuo stare >). Zij hadden de hoogste, onverliesbare vrijheid nog niet, d. i. de vrijheid van niet meer te kunnen willen zondigen. Het beeld Gods was dus bij den mensch nog beperkt; het was niet in al zijne volheid ontplooid; het had nog eene grens in de mogelijkheid der zonde. De mensch stond wel m het goede, maar de mogelijkheid van het kwade lag er nog naast; hij wandelde wel op den goeden weg, maar kon zijwaarts afdwalen; hij was goed, maar veranderlijk goed, mutabiliter bonus. God alleen is de zijnde in al zijne deugden en daarom onveranderlijk. Alle schepsel echter wordt, en kan daarom ook verworden; nar xnarov TQtTTiov. Indien materia en forma onderscheiden zijn, gelijk bij schepselen steeds het geval is, dan blijft de mogelijkheid altijd open, dat de materia van forma verandert. Wat geformeerd is, kan gedeformeerd en dus ook weder gereformeerd worden; wat geschapen is kan "'¬ę¬ęschapen en dus ook weder /ierschapen worden. Zedelijke vrijheid, hoe sterk ook, is in zichzelve wezenlijk van logische noodwendigheid en physischen dwang onderscheiden. Eene creatura naturahter impeccabilis is daarom eene tegenstrijdigheid 2).

In de derde plaats komt bij de vraag naar den oorsprong deizonde het vermogen en de werkzaamheid der verbeelding in aanmerking. Vroeger werd hiermede in de dogmatiek weinig rekening gehouden, al was men zich ook bewust, dat de verzoeking bij den mensch zich eerst en meest richt tot de verbeelding en daardoor inwerkt op begeerte en wil 8). In de mystiek nam echter de ver-

vond maar dit vermoeden mist genoegzamen grond. Doch hoe dit zij, de leer van het werkverbond verschafte aan de Geref. theologie de gelegenheid, om uit e spreken, dat Adam het hoogste nog niet had. Eene uitdrukking als van bisschop South: An Aristotle was but the rubbish of an Adam, and Athens but the rudiments of Paradise (bij Tennant, t. a. p. 25) wordt daarom terecht afgeeurcLDe cultuur nam in zekeren zin eerst na den val haar aanvang, Gen 417v > -Heppe, Dogm. der ev. ref. Kirclie bl. 178. 179.

) Thomas, S. Theol. I qu. 63 art. 1. c. Gent. III 109.

8) Voetius, Disp. I 943. Burmannus, Synopsis 146. 54. Jon. Edwards, Works III122.

Sluiten