Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschappelijke schuld. Het eerste feit, dat na den val wordt bericht, is Kaïns broedermoord ; de historie zelve wordt eene andere, ook zonder dat dit nader wordt gezegd, zij wordt eene geschiedenis van zonde, ellende en dood. De mensch is nu van nature boos, Gen. 6:5, 8: 21. Evenzoo brengen de verdere O. T. Schriften de algemeenheid der zonde niet uitdrukkelijk met den val van den eersten mensch in verband. Zij blijven bij het feit van de algemeenheid der zonde staan of herleiden deze ook tot de vergankelijke;, zinnelijke natuur van den mensch, Job 4:17v., 14:4, 15:14v. 25:4v., Ps. 78: 38v., 103 : 13v., Mk. 14:38, Joh. 3:6, Rom.' 6 : 7v., enz.

Eerst Paulus is het, die in 1 Cor. 15:21v., Rom. 5:12v. de algemeenheid der zonde uit Adams ongehoorzaamheid verklaart I). In 1 Cor. 15 : 21v. zegt hij, dat de dood van alle menschen op dezelfde wijze zijne oorzaak heeft in den mensch Adam, als de opstanding uit de dooden in den mensch Christus. Er ligt hier duidelijk in, dat de dood van alle menschen niet eerst veroorzaakt is door hunne persoonlijke zonden, maar reeds over alle menschen uitgesproken en tot alle menschen doorgegaan is, enkel en alleen om de ongehoorzaamheid van Adam ; op dezelfde wijze, als de opstanding niet door de persoonlijke goede werken, het geloof enz. van de geloovigen, maar uitsluitend door de gehoorzaamheid van Christus •verworven is. Niet in en door zichzelven, maar in Adam sterven

zij; en niet in en door zichzelven staan zij op, maar alleen in Christus.

Hoe en waarom die dood tot allen is doorgegaan, wordt nader uiteengezet in Rom. 5 : 12v. Wijl wij door den dood van Christus als vijanden verzoend zijn, zijn wij zeker, dat wij met Hem ook eeuwig leven zullen; ja zoo zeker zijn wij, dat wij nu reeds roemen door Christus, die de verzoening ons schonk, vs. 10,11. De genade en het leven van Christus gaan daarom (dia tovto, vs. 12) de zonde en den dood van Adam verre te boven. De gedachte aan den overvloed van Grods genade staat hier op den voorgrond 2); zij is het thema van de pericoop vs. 12—21, en ze wordt op deze wijze uitgewerkt en bewezen. Door één mensch is de zonde, als machtig

') Verwante voorstellingen komen al voor in de apocriefe litteratuur, Wijsh. 1 :13, 14. 2 ; 23, 24. Sir. 25 : 24, 40:1. Apoc. Baruch 17:3, 23 : 4, 54 :19, 56:5, 9. 4 Ezr. 3 : 7, 21, 22, 4 :11, 30. 7 : 68, 118. Verg. Hastings, 1). B. I 840. Clemen, Lehre v. d. Sünde I passim.

2) Gerretsen, Rechtvaardigmaking bij Paulus 73.

Sluiten