Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en allesbeheerschend beginsel, in de wereld gekomen, en op die wijze en in dien weg is ook de dood tot alle menschen doorgegaan, nademaal allen zondigden. De woordjes sy>' cp zijn niet met Origenes, de Vulgata, Augustinus en anderen, door in quo te vertalen, want ze staan te ver van uvUomuoq af om daarop terug te kunnen gaan, en ze beteekenen ook niet in welken, ofschoon deze gedachte op zichzelve niet onschriftuurlijk is, Hebr. 7 :10, 1 Cor. 15 : 22; maar ze zijn eene conjunctie, èni co vim ón, eo quod, quia, quandoquidem, gelijk Calvijn, Martyr en de meeste nieuwere exegeten, of ook met de beteekenis: op grond waarvan, zooals enkele anderen het opvatten !); en rj/uaQrov duidt niet aan een zondigen toestand, maar eene daad. Paulus zegt dus in vers 12 : Adam overtrad, daardoor kwam de zonde en de dood in de wereld en heerschte over allen.

De zin: ' r-S nccvrsg fjiiaouov, geeft niet te kennen, dat Paulus de oorzaak van den dood van ieder mensch in zijne persoonlijke, dadelijke zonden zoekt, want in 1 Cor. 15 : 22 zegt hij uitdrukkelijk, dat allen in Adam sterven; hier in vers 14 verklaart hij, dat de dood ook heerschte over hen, die niet zondigden in de gelijkheid van Adams overtreding, en — zoo mogen wij er bijvoegen — ook over de kinderen; en in vs. 15 en 17 spreekt hij het zoo sterk mogelijk uit, dat door de misdaad van éénen velen gestorven zijn. Toch is ter andere zijde bij dien, hetzij dan redengevenden of gevolgtrekkenden zin, niet stilzwijgend bij te denken, dat allen in Adam gezondigd hebben. Dit is op zichzelf al onwaarschijnlijk, maar het wordt daardoor onmogelijk gemaakt, dat vs. 13 en 14 juist handelen van de zonde, die de menschen niet in Adam, maar zelf persoonlijk bedreven, al zondigden zij toen ook niet in degelijkheid der overtreding van Adam. Maar Paulus wil zeggen, dat door Adams overtreding èn de zonde èn de dood, beide in verband met elkaar, in de menschheid tot heerschappij gekomen zijn, dat tengevolge van Adams overtreding alle menschen zelf persoonlijk zondaren geworden zijn en allen hoofd voor hoofd sterven. Hij betoogt deze stelling in de volgende verzen aldus : de zonde, die door Adams overtreding in de wereld inkwam, was er ook en heerschte ook in den tijd van

') Gerretsen, t. a. p. 68 v. Tegen deze vertaling bestaat echter het bezwaar, dat dan het doordringen van den dood tot alle menschen moet beschouwd worden als de oorzaak van het zondigen van alle menschen, bl. 72, en de dood in Kom. 5 : 12 v. moet verstaan worden van den geestelijken dood, de scheiding van God «n mensch, bl. 70, wat beide onaannemelijk is.

Sluiten