Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwezenlijken ; tal van utopisten ontwierpen een gelukstaat op het papier; enkelen trachtten in den vreemde eene kolonie naar deze beginselen te stichten. Maar in weerwil van al de teleurstellingen en niettegenstaande de evolutieleer een gansch anderen kijk op den natuurtoestand deed slaan, zijn er duizenden bij duizenden, die aan de volkomene natuurlijke goedheid van den mensch gelooven, die er in de opvoeding van uitgaan, en die er hunne optimistische verwachtingen voor de toekomst op bouwen ').

In de theologie vond zij zelfs bij Ritschl voorspraak. Naar zijne voorstelling mogen wij niet achter de bijzondere, actueele zonden een algemeen begrip van zonde aannemen, want zulk een begrip is geheel onverstaanbaar; een passief overgeërfde toestand kan niet als zonde gedacht worden; de Schrift leert ze niet, Ps. 51: 7 is maar eene individueele belijdenis, Ef. 2 : 3 ziet op de vroegere dadelijke zonden van hen, die nu Christenen zijn, en Rom. 5 :12 is te onduidelijk, om er iets uit afteleiden; de erfzonde zou ook alle verantwoordelijkheid wegnemen, de opvoeding onmogelijk maken, het graadonderscheid in de zonden te niet doen; elk mensch ware dan in de erfzonde al tot den hoogsten graad van zonde gestegen en de persoonlijke, dadelijke zonden zouden daarbij haast niet meer in aanmerking komen. Neen, de zonde is geene eenheid krachtens één principe, maar eene collectieve eenheid als resultaat van alle individuëele handelingen en neigingen; en subject van de zonde is niet de menschheid als geslacht, wat eene abstractie en slechts een herinneringsbeeld is, maar de menschheid als som van alle individuën. Niet eerst de zondige toestand en dan de daad, maar omgekeerd de zelfbepaling van den wil is de grond van alle zonden. Alleen krijgt de wil, die steeds het kwade doet, wel allengs eene neiging, een habitus, en deze werkt dan weer op de wilsdaden in. En dat niet alleen, maar de zondige daden en neigingen der menschen hebben ook op elkander weer invloed, bevorderen en sterken elkaar. Zoo ontstaat er dus in de menschelijke maatschappij een „Gresetz der Sünde," een rijk der zonde, een gemeenschappelijke zonde, maar deze is heel iets anders dan de erfzonde en werd door Schleiermacher ten onrechte zoo genoemd. Eene zondelooze levensontwikkeling kan daarom ook apriori niet worden ontkend, de wil der kinderen is niet op het kwade gericht, veeleer is er in hen eene algemeene neiging ten goede2).

') Verg. mijne Paedag. Beginselen bl. 82 en Wijsbeg. der Openbaring bl. 240. *) Verg. reeds boven bl. 23 v., en ook nog Ritschl, TJnterricht in der chr. Kei. 1886 bl. 25. Clemen, t. a. p. I 256.

Sluiten