Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkelijke zonden uitbreekt, indem ja der Umstand, dass es noch an G-elegenheit und an ausserer Anreizung gefehlt hat, den geistigen Werth des Menschen nicht erhöhen kann J). 4°. De semipelagiaansche theorie lost niet alleen het probleem niet op, dat hier voorligt, maar zij raakt het ook zelfs met de vingers niet aan en sluit er opzettelijk de oogen voor. De algemeenheid der zonde is een feit, dat ook de Semipelagianen erkennen; zij verwerpen de verklaring daarvan uit navolging; zij nemen aan, dat een onreine, gebrekkige, zieke, zondige (zij het dan ook niet schuldige en strafbare) toestand aan de zondige daden voorafgaat; zij erkennen, dat die onreine, kranke toestand bij allen zonder onderscheid tot zondige, schuldige, strafbare daden leidt, zoodat de verzwakte vrije wil feitelijk bitter weinig te beteekenen beeft. AVelnu, hoe is dat ontzettend verschijnsel te verklaren? Hoe is het met Q-ods rechtvaardigheid te rijmen, dat Hij, afgezien nu van het verbond der genade, alle menschen in zulk een toestand geboren laat worden, die voor de vroegstervende kinderen in elk geval den dood en de verbanning uit zijne gemeenschap en voor alle anderen het eeuwige verderf medebrengt? De semipelagiaansche theorie denkt dit probleem ganschelijk niet in en stelt zich met eene oppervlakkige en nietsbeteekenende vrije-wilsleer tevreden 2).

321. Op dit probleem had Paulus echter, door de tegenstelling van Christus geleerd, ten antwoord gegeven, dat door de misdaad van éénen de zonde en de dood in de wereld gekomen en tot alle menschen doorgegaan was. Allengs ging in de Christelijke theologie voor deze diepe leer het bewustzijn open 8). Irenaeus zeide: in primo (juidem Adam (Deum) oft'endimus, non facientes ejus praeceptum, in secundo autem Adam reconciliati sumus, obedientes usque ad mortem facti 4). Tertullianus sprak van een malum animae, dat ex originis vitio tot ons gekomen en uit Adams val is af te leiden; omnis anima eo usque in Adam censetur, donec in Christo recenseatur, tamdiu immunda, quamdiu recenseatur5). Het sterkst spreekt Ambrosius, die meer dan anderen vóór hem op het schuldig karakter van alle zonde en op den zondigen toestand, waarin wij geboren

') Schleiermacher, Chr. Gl. I 382.

a) Muller, Sünde II 565 v.

') Verg. Schwane, D. G. II2 439 v. 480 v.

*) Irenaeus, adv. haer. V 16, 3.

') Tertullianus, de an. 40. 41. Cyprianus, de op. et eleem. 1. ep. 64, 5.

Sluiten