Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreef Jonathan Edwards in 1757 nog wel zijn beroemd tractaat Original sin defended x), tegen Whitby, maar hij huldigde zelf daarin reeds de middellijke toerekening van Adams zonde en bracht de New England Theology van Hopkins, Edwards Jr., Dwight, Emmons enz. geheel in de lijn van Placaeus. liet Pelagianisme deed overal zijn intocht; het Protestantisme viel, in diezelfde mate als het ontrouw aan zijn verleden werd, in het Romanisme terug; de mensch was goed van nature, maar bezweek zeer licht in den strijd tegen de zinnelijkheid. Zelfs de nieuwere theologen, die een invloed van Adams zonde op zijne nakomelingen aannemen, zijn daarmede nog slechts ten deele tot de leer der Reformatie teruggekeerd 2). Toch is door allerlei oorzaken de diepe zin van de leer der erfzonde voor velen weer duidelijk geworden. In 1845 schreef Gervin us: wir sind der Erbsiindenangst entnommen, die wie die Gespensterfurcht nur die Furcht einer aberglaubischen Religionslehre war 3). Er zullen niet velen zijn, die thans nog met dit oppervlakkig oordeel instemmen. De philosophie van Kant, Schelling, Schopenhauer enz., de leer dei erfelijkheid en der solidariteit, de historische en sociologische studiën hebben aan het dogma der erfzonde een onverwachten en belangrijken steun geboden. Toen de theologie het verworpen had, nam de wijsbegeerte het weer op.

3213. De leer van de erfzonde is een van de gewichtigste, maar ook een van de moeilijkste onderwerpen der dogmatiek. Peccato originali nihil ad praedicandum notius, nihil ad intelligendum se-cretius 4). Chose étonnante, que le mystère le plus éloigné de notre •connaissance, qui est celui de la transmission du péché, soit une chose sans laquelle nous ne pouvons avoir aucune connaissance de nous-mêmes. Car il est sans doute, qu'il n'y a rien qui choque plus notre raison que de dire, que le péché du premier homme ait rendu coupables ceux qui, étant si éloignés de cette source, semblent incapables d y participer .... et cependant, sans ce mystère, le plus incompréhensible de tous, nous sommes incompréhensibles a nous-

') Edwards, Works II 305—310. Verg. Ridderbos, De Theol. van Jon. Edwards 1907 bi. 150 v. 319 v.

a) Vilmar, Dogm. I 270. Philippi, Kirchl. Gl. III 40. Ebrard, Dogm. § 340344. Bomer, Chr. Gi. § 82. 83. Frank, Syst. d. chr. Wahrh. 1460—G82. Muller Siinde II 426—503 enz.

s) Bij Delitzsch, Christl. Apol. 119.

4) Augustinus, de mor. eccl. cath. I 22.

Sluiten