Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

WEZEN EN WERKING DER ZONDE.

machtigere in het ongelijk zijn of gesteld worden, Ex. 5:16, 1 Kon. 1: 21, 2 Kon. 18 : 14. Eerst later duidde het aan een handelen in strijd met de volkszede, G-en. 19 : 7v., 34:7, Joz. 7 :15, Richt. 19 : 23, 20: 6, 2 Sam. 13 :12, 21:1—14, en nog weer later, vooral nadat de profeten het ethisch monotheïsme hadden verkondigd, eene overtreding van Gods wet. Het woord kreeg dus eerst langzamerhand eene ethische beteekenis.

In den oudsten tijd was daar echter nog geen sprake van. Uit de rampen besloot men alleen tot Jhvhs ongenoegen. Maar dat ongenoegen openbaarde zich volstrekt niet over wat wij zonde noemen, maar over allerlei willekeurige dingen. Wijl Jhvh nog geen ethisch karakter had, toornde Hij dikwerf zoomaar, zonder eenige reden; Hij was nog geheel en al een God van willekeur, en zelf een Bewerker, niet alleen van het goede, maar ook van het kwade. Hij geeft bevel tot het berooven der Egyptenaren, Ex. 3: 22, en het uitroeien der Kananieten, Deut. 9: 3. Hij zendt een boozen geest, Richt. 9 : 22, 1 Sam. 16 : 14, 23, 18: 10, 19 : 9, zet Saul tegen David op, 1 Sam. 26: 19, port David aan, 2 Sam. 24 :1, doet een leugengeest uitgaan in de profeten, 1 Kon. 22 : 21v., beschikt, dat Simson eene vrouw bij de Philistijnen zoekt, Richt. 14 : 4, veroorzaakt de scheuring van het rijk, 1 Kon. 12 :16—24, gebruikt zonde als een strafmiddel, 2 Sam. 12 : 4, 16:21, en is de bewerker van alle kwaad in de stad, Am. 3 ; 6. En even willekeurig als Hij in zijn toorn is, is Hij het ook in zijne straffen; Hij straft schuldigen en onschuldigen tegelijk, verdelgt om Achans zonde zijn gansche huis, Joz. 7 :24, om Sauls afval zeven mannen van zijne zonen, 2 Sam. 21: lv., en bezoekt de overtredingen in het derde en vierde geslacht, Ex. 20:5, 34:7, Deut. 5:9v. 1).

Al deze beschuldigingen tegen de moraal van het Oude Testament werden indertijd reeds ingebracht door de Gnostieken en Manicheën, die daarom den God des Ouden Testaments onderscheidden van den Vader van Christus 2).*En zij hebben dit eigenaardige, dat zij waar en valsch dooreenmengen. Onjuist is, dat in het oude Israël het eigenlijk begrip der zonde, als zonde tegen God, ontbrak. Want in Gen. 13 : 13 heeten de mannen van Sodom reeds groote zondaars tegen den Heere; in Gen. 38 : 9, 10 is de zonde van Onan

') Stade, Gesch. des Volkes Israels I 1887 bl. 507 v. Clemen, Lehre v. d. Sünde I 21 y. Eerdmans, De gedachte-zonde in het O.-Test. Th. Tijdschr. 1905 bl. 307—324.

a) Diestel, Gesch. der Alten Test. in d. chr. Kirche. Jena 1869 bl. 64 v. 114 v.

Sluiten