Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

WEZEN EN WERKING DER ZONDE.

toen Hij zijne wet aan Israël gaf, die volkszede niet vernietigd, maar integendeel erkend, opgenomen en naar de bedoeling met zijn volk gewijzigd heeft. Dat geldt van de besnijdenis, den offerdienst, de priesterschap, de feestdagen, de bloedwraak, de gastvrijheid enz., welke van onds bij de volken en ook bij Israël bestonden, en aan den Sinaï niet afgeschaft, maar gewijzigd en in eene hoogere orde van zaken, dat is, in het verbond der genade ingelijfd en daaraan dienstbaar gemaakt zijn. Meer nog, Jezus zegt ten aanzien van de echtscheiding, dat Mozes ze toegelaten heeft vanwege de hardigheid der harten, Matth. 19 : 8, en dat geldt van vele bepalingen in zyne wetgeving (polygamie, slavernij, bloedwraak, corporatieve verantwoordelijkheid enz.). Men mag haar niet beoordeelen naar de wetgeving bij een Christelijk volk, noch zelfs naar die van Hammurabi, die voor een ander volk en in andere toestanden geschreven werd, maar men moet rekening houden met den eigenaardigen toestand, waarin Israël zich bevond, toen het uit Egypte werd uitgeleid, en met de bedoeling, die God met dat volk had, als Hij er zijn verbond mede oprichtte. Men moet zich de ruwheid dier tijden voor oogen stellen, als men gevallen van wreede behandeling, zooals er soms verhaald worden, Richt. 1:6, 4 : 21, 1 Sam. b . 2, 12 : Bl enz. billijk beoordeelen wil. Men moet de uitroeiing der Kananieten bezien in het licht van het oordeel Gods, dat soms over geslachten en volken gaat, en dat toen reeds door God zeiven, ter waarschuwing, met de verwoesting van Sodom en Gomorra begonnen was, Gen. 18 : 20v., verg. Lev. 18 : 24, 25, 20 . 23, Deut. 9 : 4, 5, 12 : 29v., 1 Kon. 21: 26, Ezr. 9 : 11. En in het algemeen heeft men zich te stellen op het standpunt van den apostel Paulus, die getuigde, dat de wet na de belofte gekomen en aan de belofte toegevoegd was, om de overtredingen te vermeerderen en Israël in zijn onmondigen staat heen te leiden naar de vrijheid, die in Christus Jezus is, Rom. 4 : 15, 5 : 20, 7 : 4, Gal. 3 : 19, 23, 24, 4 . lv.

Voorts behoeft de volkszede niet met Gods wet in strijd te zijn, maar daaruit volgt toch volstrekt niet, dat zij er feitelijk steeds mede overeenstemt. Het geweten der Christenen is dikwerf daarnaar slechts voor een deel geconformeerd, en onder hen leven van geslacht toTgeslacht tal van gewoonten en gebruiken voort, die den toets dier wet niet kunnen doorstaan. Veel sterker was dat nog in den ouden dag onder Israël het geval; er bestond ten allen tijde een groot verschil tusschen de voorstellingen en handelingen van het volk en de openbaring, welke God door Mozes en de profeten aan

Sluiten