Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

privatio beschrijft, noemt ze daarom eene transgressio legis 1), voluntas retinendi vel consequendi quod justitia vetat2), een deficere, dat een tendere insluit, deficere antem non jam nihil est sed ad nihilum tendere 3), inclinatio ab eo quod magis est ad id, quod minus est 4), en geeft dan van de zonde deze definitie : peccatum est factum vel dictum vel concupitum aliquid contra aeternam legem ; lex vero aeterna est ratio divina vel voluntas Dei, ordinem naturalem conservari jubens, perturbari vetans 5). Deze definitie werd later door allen overgenomen; zonde is geen mera of pura privatio, sed actus debito ordine privatus 6), eene privatio cum positiva qualitate et actione, eene actuosa privatio 7).

331. Op grond der H. Schrift en in overeenstemming met de belijdenis des Christelijken geloofs kan daarom het wezen der zonde op de volgende wijze nader worden omschreven en toegelicht.

1°. Wijl de zonde geene physische of metaphysische, maar eene ethische tegenstelling van het goede is, heeft zij geen eigen, zelfstandig, van het zijn der dingen onafhankelijk bestaan. Wie de zonde voor eene substantie houdt, schijnt wel diep doordrongen van haar macht en beteekenis, maar verzwakt ze feitelijk, brengt ze van ethisch op physisch terrein over, en maakt den strijd tusschen goed en kwaad tot eene worsteling tusschen licht en duisternis, geest en stof, een goeden en een kwaden G-od, die nimmer eindigt en alle verlossing van de zonde onmogelijk maakt. Daarom is het van het hoogste belang, om de zonde altijd te beschouwen als een ethisch verschijnsel. De straffen en gevolgen der zonde breiden zeer zeker ook over het physisch terrein zich uit, maar de zonde zelve is en blijft van ethischen aard. Dan kan zij ook geen eigen principe en geen zelfstandig bestaan hebben; zij is ontstaan na en bestaat slechts door en aan het goede. Het kwade is wel van het goede afhankelijk, maar niet omgekeerd. Tm /xsv yctQ ty/woti

1) Augustinus, de cons. Ev. II c. 4.

2) ld., de duab. an. c. Manich. I c. 11. Retract. I 11.

3) ld., c. Secund. Manich. c. 11.

4) ld., ib. c. 12. Verg. de lib. arb. I 16. II 19.

5) Augustinus, c. Faust. Manich. XXII 27.

6) Lombardus, Sent. II dist. 35. Thomas, S. Theol. II 1 qu. 71 art. 6. qu. 72 art. 1 ad. 2. qu. 75 art. 1 ad. 1.

?) Zanchius, Op. IV 1 v. Polanus, Synt. VI 3. Heidegger, Corp. Theol. X 8. Bueanus, Inst. Theol. XV 7. Synopsis pur. theol. XVI 4—9.

Sluiten