Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(theorie van de handhaving der maatschappelijke orde, van de noodweer, van het zelfbehoud, van de afschrikking), hetzij men er meer den nadruk op legge, dat de maatschappij geroepen is, om den misdadiger op te voeden en te verbeteren; de staat neemt toch altijd het standpunt in van de utiliteit, en utiliteit schept geen recht, maar leidt onvermijdelijk tot dwang, en voert geen ander recht dan het recht van den sterkste in. Als de misdadigers als kranken zijn te behandelen, dan heeft dit tot keerzijde, dat de kranken op de wijze der misdadigers verpleegd moeten worden. Als de staat geen ander recht heeft, om tegen de misdadigers op te treden, dan om zichzelf daarmede te beveiligen en hen te verbeteren, op welke gronden zal dan aan den staat het recht ontzegd worden, om allerlei kranken op eigen autoriteit en naar eigen methode te verplegen, om godsdienstige en zedelijke overtuigingen, waarmede hij zich niet vereenigen kan, als ziekten, als overblijfsels en nawerkingen van een vroegeren toestand, te beschouwen en de gansche opvoeding zijner burgers en heel de cultuur der maatschappij voor zijne rekening te nemen? Wie de grenzen tusschen misdaad en krankheid uitwischt, laat den rechtsstaat in den cultuurstaat ondergaan, randt de vrijheid in het volksleven aan en levert alle burgers over aan de willekeur en de almacht van den staat.

Desniettemin is lang niet alles verkeerd, wat de nieuwere criminologie voorstelt en najaagt. Tegenover de abstracte beschouwing van misdaad en straf, heeft zij terecht op het verband tusschen de daad en den persoon van den misdadiger de aandacht gevestigd. Het onderzoek naar de oorzaak, naar de behandeling, en naar de middelen tot vermindering van de misdaad heeft ongetwijfeld recht van bestaan. Bij de misdaad mag en moet rekening gehouden worden met den persoon, door wien, en de omstandigheden, waaronder zij gepleegd is. Er is niet alleen verschil tusschen misdaden, die met geboden der zedewet in strijd zijn, en overtredingen, die tegen politiemaatregelen begaan zijn, maar de omstandigheden en verhoudingen kunnen ook de misdaad verlichten of verzwaren. Een soldaat, die zijn post in oorlogstijd verlaat, wordt zonder vorm van proces onmiddellijk doodgeschoten, en een ellendeling, die van eene aardbeving, van een brand, van een oorlog gebruik maakt, om lijken te berooven en diefstal te plegen, ondergaat menigmaal hetzelfde lot. Het is eene abstracte, onware beschouwing, alle misdadigers over één kam te scheren en alle gevallen gelijk te beoordeelen. De wet der vergelding eischt niet: voor allen hetzelfde,

Sluiten