Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar: aan ieder het zijne; het jus talionis eischt niet een qualetale, maar eene quantum-tantum. Naarmate iemand schuldig is, verdient hij straf. De vergelding staat dus niet met het belang van den misdadiger, van den staat, van de maatschappelijke orde in tegenstelling; Vergeltungs- en Zweckstrafe sluiten elkander niet uit, want de vergelding moet geschieden naar recht, en het recht neemt ook den persoon en de omstandigheden in aanmerking. Staatsbelang, noodweer, afschrikking, verbetering zijn altemaal momenten, die in de vergelding kunnen opgenomen worden en daarvan bestanddeelen kunnen vormen. In de wetgeving van Israƫl bijv. bekleedde ook de voorkoming der misdaden en de afschrikking daarvan eene- plaats, Deut. 13 : 11, 17 : 13, 19 : 20, 21: 21.

Daarentegen, wie de vergelding en de straf uit de behandeling van den misdadiger wegnemen wil, ondermijnt zelf het recht en wikkelt zich in eindelooze moeilijkheden. Want als de rechter zich ten doel moet stellen de verbetering des misdadigers, dan begeeft hij zich in een doolhof, waarin hij den weg niet vinden kan. Hoe zal hij ooit, de misdaad uit het oog verliezende en alleen den persoon van den misdadiger in studie nemende, een rechtvaardig oordeel kunnen uitspreken en de mate der zedelijke schuld kunnen vaststellen? Hij zou een hartenkenner moeten zijn, om naar dien maatstaf een billijk vonnis te vellen. Maar voorts, hoe zal hij ooit bepalen kunnen, welke straf in een bepaald geval voor een bepaald persoon geschikt, d. w. z. voor zijne verbetering doelmatig is? De rechter zou tot alle willekeur vervallen, en de misdadiger zelf voortdurend in onzekerheid blijven, indien utiliteit beginsel en maatstaf der straf moest zijn. Wat is hier voorts onder verbetering te verstaan? Is daarmede bedoeld, dat de misdadiger later zijne wandaden nalate uit vrees voor straf, of uit een zedelijk beginsel? Maar hoe valt dit ooit te constateeren ? Kan de verbetering opgemaakt worden uit teekenen van berouw, uit belijdenis van schuld, uit een tijdelijk goed gedrag? Maar er bestaat veel gevaar, dat dan de slimsten er het best aan toe zijn. En wie moet over die verbetering beslissen ? de cipier, de medegevangenen, eene commissie van toezicht? Ieder gevoelt, dat het een nog meer bezwaren heeft dan het ander. De nieuwere criminologie, de denkbeelden van vergelding en straf verouderd noemende en de zedelijke verbetering van den misdadiger zich ten doel stellende, neemt aan de overheid de sterkte van het recht uit de hand en draagt haar eene taak op, waartoe zij ten eenenmale onbekwaam en ongeschikt is.

Sluiten