Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrome God, maar hij is er evenmin onverschillig voor, gelijk de voorstanders van een amour desintéresse dat beweren te zijn, Paulus zegt, dat de geloovigen de ellendigste van alle menschen zouden zijn, indien zij alleen in dit leven op Christus waren hopende.Jjod heeft na den val tusschen ethos en physis, tusschen zedelijke en natuurorde, tusschen den gevallen mensch en de verwoeste aarde een zoodanig verband gelegd, dat ze samen dienstbaar zijn aan de eere zijns naams en de komst van zijn rijk. De positieve straffen, die God dikwerf reeds in dit leven op de zonde volgen laat, zijn dan ook geene willekeur, maar nemen, al doorzien wij het niet, in de geschiedenis der menschelijke zonde en schuld haar geordende plaats in. Wie ze ontkent of er slechts een subjectief bestaan aan toeschrijft, loopt gevaar, ook in de zonde zelve niet veel meer te zien dan eene inbeelding en een waan; de geschiedenis wordt hem een wanklank, die nimmer in een hooger accoord opgelost wordt, en de wereld een geheimzinnig wezen, welks bestaan en natuur met alle redelijkheid spot 1).

838. De straffen, welke God in dit leven op de zonde gesteld heeft, zijn schuld, smet, lijden, dood en heerschappij van Satan. Schuld is de eerste en zwaarste straf. Het woord, dat met zullen samenhangt, duidt eerst alleen aan, dat iemand ergens de bewerker van is, evenals cdncc, causa. Meest sluit het al de gedachte in, dat iemand de oorzaak is van iets, dat niet behoorde te zijn of te geschieden (het is zijn schuld). In dezen zin onderstelt schuld, dat wij verplicht waren iets te doen of na te laten; wij zijn schuldig, de gansche wet te houden, Luk. 17 : 10, Gal. 5: 3. En indien wij dat dan niet gedaan hebben, staan wij schuldig; wijl wij de oorzaak der wetsovertreding zijn, verkeeren wij in staat van beschuldiging (ahiaö&ai, accusare, reus), de daad wordt ons toegerekend, wij moeten er ons voor verantwoorden 2), en zijn verplicht, om aan de

1) Stapfer. Wederl. Godg. IV 448 v. Bretschneider, Dogm. I 525 v. 1 an 1 oorst, Over de Goddelijke straffen. Haagsch Gen. 1798. 7. d. Wijnpersse, Over de straffende gerechtigheid, ib. 1798. Dornor, Chr. Gl. I 287 v. II 224 v.

2) Verantwoordelijkheid en toerekenbaarheid zijn nauw verwant, maar niet hetzelfde. Verantwoordelijkheid is de zedelijke en rechtelijke toestand van een vrij redelijk wezen, dat tegenover anderen tot rekenschap van zijne daden verplicht is; ze onderstelt altijd eene verhouding tot andere personen, waardoor dezen het recht hebben, om iemand op grond van zekere handelingen tot verantwoording te roepen; verantwoordelijkheid sluit altijd eene af hankelijkheid van iemand

Sluiten