Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twijfelachtig, of het vleescheten tot hunne natuur behoort. Dar win heeft in zijn ook in dit opzicht voor theologen zeer leerzame werk: Het varieeren der huisdieren en cultuurplanten, bewezen, dat dieren zich aan veranderde voeding kunnen gewennen en haalt daarvoor verschillende voorbeelden aan *). En evenzoo kunnen door verwildering takken in dorens, en door cultivatie dorens in takken veranderen 2). De natuur is nu in veel opzichten eene antithese geworden van den mensch, 2 Kon. 17 : 25, Job 5 : 22, 23, Hos. 2 : 20, Jes. 11: 6vr 7:23, 65 : 20v., Ezech. 14:15, 21, Op. 21, Sir. 39 : 32v.; planten en dieren zijn geworden tot levende beelden van menschelijke, zondige neigingen en hartstochten; dierenvrees en dierenvereering bewijzen de abnormale verhouding van den mensch tot de wereld rondom hem heen. Maar de nu en dan bij menschen nog voorkomende wondere macht over de dieren; de vele veranderingen, die blijkens de palaeontologie in planten- en dierenrijk zijn ingetreden ; de domesticatie en de langzame variabiliteit bij planten en dieren leveren bewijzen te over, dat een toestand, als Jesaja in hoofdst. 11 en 65 ons teekent, volstrekt niet tot de onmogelijkheden behoort. Er is niets ongerijmds in de gedachte, dat, evenals bij den mensch, zoo ook bij de natuur tengevolge van het oordeel Gods eene belangrijke verandering is ingetreden. In elk geval is de Schrift heel wat rationeeler dan wat soms onder den naam van wetenschap aan de markt wordt gebracht; volgens Lindenschmit waren de menschen vroeger verscheurende dieren geweest, die zich tegenover elkander door in het water gebouwde paalwoningen moesten beschermen, maar de roofdieren waren toen hoogst onschuldige schepsels geweest 8).

4°. Daarbij vergete men eindelijk niet, dat, theologisch gesproken, de schepping zelve in zekeren zin infralapsarisch was 4). De val is voor God geene verrassing en geene teleurstelling geweest. Hij zag hem vooruit, had hem opgenomen in zijn raad en rekende er reeds mede bij de schepping. Deze heeft daarom zoo plaats gehad, dat de gansche wereld, ingeval de mensch als haar hoofd viel, zoo worden kon, als zij thans is. De toestand van den mensch en van

1) Vertaald door Dr. H. Hartogh Eeys van Zouteveen. Arnhem, Nijmegen,

Cohen. II bl. 344 v.

2) Aldaar bl. 361.

3) Weiss, Apol. d. Christ. II3 497.

4) Delitzsch, Genesis 1887 bl. 67.

Sluiten