Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijand geweest; alllen erkennen in hem ten slotte eene onnatuurlijke macht en ontvluchten hem zoolang mogelijk 1). Wel heeft de natuurwetenschap menigmaal den dood natuurlijk en noodzakelijk genoemd ; Lauvergne zeide b. v.: la mort de l1 homme est une conséquence logique et naturelle de son être. Tout prend fin, dura lex sed lex 2). Maar zoo sprekende, heeft de wetenschap meer beweerd, dan zij verantwoorden kon. De dood is een mysterie in vollen zin. Volgens de natuurwetenschap zijn stof en kracht, en volgens Weismann en anderen zijn ook de ééncellige protozoën onsterfelijk 3.) Waarom is dan sterfelijk het physisch organisme, dat uit zulke stoffen en krachten en cellen samengesteld is ? Dat organisme wordt bovendien volgens de wetenschap bij een mensch alle zeven jaren vernieuwd; het wordt van dag tot dag gevoed en versterkt; waarom kan dit proces niet doorgaan en houdt het na enkele tientallen van jaren reeds op ? Men spreke niet van ouderdom en verval van krachten, want dit zijn namen, die de verschijnselen wel aanduiden, maar niet verklaren, en zelve juist verklaring van noode hebben. Weshalb die Zeilen sich abnutzen und dahinsiechen, weshalb sie im Alter Veranderungen unterliegen, von denen sie in der Jugend bewahrt bleiben, das ist uns bis jetzt noch verborgen 4). Vele planten en dieren voorts overtreffen den levensduur des menschen tot soms met honderden jaren toe ; waarom is de levenskracht bij den mensch zoo spoedig uitgeput en brengt hij het hoogstens tot zeventig of tachtig jaren, als hij zeer sterk is B).

*) Verg. voor de natuurvolken W. Schneider, Die Naturvölker II 1886 bl. 397 v. Tiele, Inl. tot de godsdienstwet. II 202.

*) Bij Delitzsch, Apol. d. Christ. 132. Verg. ook H, Wagner, De dood toegelicht van het standpunt der natuurwetenschap. Utrecht 1856, en andere dergelijke uitspraken over de natuurlijkheid en noodzakelijkheid van den dood bij Eisler,

Wörterbuch s. v. Tod.

3) In aansluiting bij Schelling leerde Fechner, dat niet het leven, maar de dood

later in de schepping was.ingetreden. Het heelal was oorspronkelijk één onmetelijk,

levend wezen, een kosmo-organisme met ééne wereldziel en één albewustzijn, dat zich echter allengs verdeelt in eene menigte kleinere organismen en dan, naarmate het organisme zich verdeelt en verfijnt, het levenlooze doet ontstaan, \erg. H. von Schnehen, Die Ewigkeit des Lebens? Glauben und Wissen Marz 1907 bl. 91— 99. Prof. Weismann noemt den oorsprong van den dood een van de moeilijkste vraagstukken in de physiologie, verg. Orr. Gods Image in man bl. 253 v.

4) H. de Varigny, Wie stirbt man? Was ist der Tod? Ueber-setzt von S. Wiarda. Minden z. j. bl. 52.

6) Paul Ballion schreef eenigen tijd geleden eene studie, waarin hij aantoonde, dat ook dieren besef hebben van den dood, over een gestorvene smartgevoelen

Sluiten