Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenis harer worsteling een plan van aanval en verdediging ontdekken. Daar is in het zondige leven van den enkelen mensch, maar veel meer nog in dat van gezinnen, geslachten, volken, en menschheid door alle eeuwen heen eene welbewuste, planmatige bestrijding van God en al wat Godes is. En de leiding van dezen strijd rust bij hem, die in de Schrift de overste dezer wereld en de god dezer eeuw heet. Zoo is hij reeds terstond opgetreden bij de verleiding en den val van den eersten mensch. In het Heidendom heeft hij eene macht georganiseerd, die tegen alle ware religie, zedelijkheid en beschaving vijandig overstaat. Toen Christus op aarde verscheen, heeft hij zijne macht tegen Hem geconcentreerd, niet alleen door Hem persoonlijk aan te vallen en rusteloos te vervolgen, maar ook door Hem van allen kant met daemonische krachten te omringen en alzoo zijn werk tegen te houden en af te breken. De óai[iovi£o[isvoi in het N. T. waren geen gewone kranken, al komen ziekteverschijnselen, zooals doofheid, stomheid, epilepsie, krankzinnigheid enz., ook wel bij hen voor. Want zij worden telkens duidelijk van gewone zieken onderscheiden, Mt. 4 : 24, 8 :16, 10 :1, Mk. 1: 32, 3 : 15, Luk. 13:32. Het bijzondere bij de bezetenen is, dat uit hen «en ander subject spreekt, dan zij zeiven zijn, dat dat subject Jezus als den Zone Gods erkent, geheel vijandig tegenover Hem staat, en niet anders dan op zijn bevel den lijder verlaat, Mt. 1:34, 8 : 29, 31, Mk. 1: 26, 3 :11, Luk. 4 : 34, 41, 5 : 41, 8:2, 30, Hd. 16 :17, 19 :15. Deze obsessio nu, hoe ontzettend ook, is zoo weinig onmogelijk, dat wij in het hypnotisme, waarbij de eene mensch aan gedachte en wil van den ander onderworpen wordt, een analoog verschijnsel zien optreden ; dat er nog heden ten dage zulke gevallen van bezetenheid zich voordoen; en dat wie haar onmogelijk acht, ook alle inwerking van de ziel op het lichaam, en van God op den mensch en de wereld zou moeten ontkennen. Satan bootst alles na ; God openbaart zich door theophanie (incarnatie), profetie, wonder; de daemonische caricatuur daarvan zijn obsessio, mantiek en magie, aan welke de Schrift daarom menigmaal realiteit toekent, Gen. 41:8, Ex. 7 : 12, 22, 8 : 7, 18, 19, Num. 22, Deut. 33 : 4, Jos. 24: 10, 1 Sam. 6:2, 7, 28, 2 Chr. 33:6, Jes. 47: 9—12, Jer. 39 :13, Nah. 3 : 4, Dan. 1: 20, 2 : 10, Hd. 8:9, 13 : •6—10, 16: 16 enz., die zij ten stelligste afkeurt en verbiedt, Ex. 22:18, Lev. 20:27, Deut. 18:10, Jer. 27:9, 2 Chr. 33:6, Mich. 5 :11, Gal. 5 : 20, maar die nog eens tegen het einde der •dagen door Satan in al hare verleidende kracht zullen worden

Sluiten